Hemelboom

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Hemelboom
Götterbaum (Ailanthus altissima).jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Plantae (Planten)
Stam: Embryophyta (Landplanten)
Klasse: Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade: Bedektzadigen
Clade: 'nieuwe' Tweezaadlobbigen
Clade: Malviden
Orde: Sapindales
Familie: Simaroubaceae (Hemelboomfamilie)
Geslacht: Ailanthus
Soort
Ailanthus altissima
(Mill.) Swingle (1916)
Vruchten en bladeren van hemelboom
Vruchten en bladeren van hemelboom
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De hemelboom (Ailanthus altissima) is een boom uit de hemelboomfamilie (Simaroubaceae). De plant komt van oorsprong uit China. De soort wordt veel aangeplant in parken en tuinen en langs straten voor schaduw en om de sierwaarde. Als exoot komt de hemelboom voor in Zuid- en Midden-Europa. De laatste jaren is deze soort ook in Nederland in opmars. Het is een zogenaamde wachtkamersoort. De hoogte is ongeveer 25 m. De hemelboom wordt beschouwd als een invasieve uitheemse plantensoort wegens grote concurrentie met inheemse soorten, snelle groei en verspreiding en omdat deze soort alleloptatische chemicaliën bevat, dat wil zeggen: dit soort scheidt chemicaliën af die het gedrag, gezondheid, groei en fysiologie van insecten en andere planten kan beïnvoeden. Daarnaast kan deze soort verharding opdrukken en beschadigen[1].

De kroon is een hoge, losse, onregelmatige koepel met stevige, bochtige, opwaarts groeiende takken aan een rechte stam. De boomschors is glad, grijsbruin tot zwart en heeft witte verticale strepen. Bij het ouder worden, krijgt de schors een meer donkergrijze kleur en wordt deze ruwer.

De boom heeft stevige twijgen met een oranjebruine kleur. Daaraan zitten kleine, eivormige knoppen. Met het volwassen worden veranderen de knoppen van roodbruin tot scharlakenrood. De hemelboom heeft samengestelde bladeren van 30–60 cm lang. Er zijn vijf tot tweeëntwintig paar deelblaadjes. Elk deelblaadje is smal, eivormig en gepunt. De lengte is 7–15 cm en er zijn een tot drie grote tandringen aan de voet van het blad. Daar zit tevens een klier. De bladsteel is rood en heeft een lengte van 7–15 cm. Als de bladeren verschijnen, zijn ze dieprood van kleur; later worden ze groen van boven en bleek aan de onderzijde.

De boom heeft kleine, groenachtige bloemen die in grote pluimen hangen. Mannelijke en vrouwelijke bloemen bevinden zich vaak op verschillende bomen.

De vruchten van de hemelboom bestaan uit gedraaide vleugels met een zaad in het centrum. De vruchten zijn circa 4 cm lang. De vleugels hangen in een grote tros van 30 × 30 cm en rijpen van geelgroen tot helder oranjerood.

Zie ook[bewerken]

Stam
Bloeiwijze
Vleugels
Vruchten

Externe link[bewerken]

  1. De bestrijding van invasieve uitheemse plantensoorten, Casper de Groot & Jan Oldenburger, Wageningen, september 2011