Indische loopeend

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Indische loopeenden

De Indische loopeend, ook wel flesseneend, is een bepaald ras dat van de wilde eend (Anas platyrhynchos) afstamt. Oorspronkelijk komt de Indische loopeend uit Indonesië (Java, Lombok en Bali) en is daar gedomesticeerd. Deze eenden werden rond 1850 naar Europa en Amerika meegenomen.

De eenden worden gehouden voor het vlees en de eieren.

Bijzonderheden[bewerken]

Loopeenden staan bekend om hun bijzonder hoge leg, zo'n 150 tot 200 eieren per jaar, soms zelfs meer. De eieren worden gelegd op de meest uitlopende plekken, ze maken geen nesten. Alleen de vrouwtjes kwaken, mannetjes maken een schor zacht geluid.

Uiterlijk[bewerken]

Kenmerkend is onder meer dat ze niet vliegen maar hoogopgericht rondlopen. De rompbouw is flesvormig en heeft weinig borst. Vrouwtjes worden ongeveer 50 cm lang en mannetjes tot 66 cm, gemeten van kruin tot staart. Ze wegen tussen de 1,4 en 2,3 kilogram. De kleur van het verenkleed varieert van bont, wit tot zwart. Mannetjes zijn te herkennen aan een kleine krul in de staart. Vrouwtjes hebben deze niet.

Voedsel[bewerken]

Alhoewel ze graag foerageren, in slootjes of vijvers, lopen ze het liefst in grasland op zoek naar wormen, slakken en vangen zelfs vliegen.

Trivia[bewerken]

Ferdinand uit de film Babe is een Indische loopeend.