Iulia Caesaris (dochter van Julius Caesar)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Iulia Caesaris was de dochter van de dictator Gaius Iulius Caesar en Cornelia Cinna minor en diens enige wettige kind.[1] Ze was de vierde echtgenote van Gnaius Pompeius Magnus maior en stond bekend om haar schoonheid en deugdzaamheid.

Leven[bewerken]

Het is niet precies geweten wanneer Iulia werd geboren, maar moderne geleerden plaatsen haar geboorte tussen 83 en 76 v.Chr.[2] Nadat haar moeder in 69 v.Chr. in het kraambed was gestorven[3], zou haar grootmoeder langs vaderskant Aurelia Cotta voor haar opvoeding instaan.[4]

Ze zou zich verloven met Quintus Servilius Caepio, die Caesar had gesteund tegen Marcus Calpurnius Bibulus.[5] Toch verbrak Caesar de verloving om zijn dochter te laten trouwen in april 59 v.Chr. met Gnaius Pompeius Magnus maior.[6] Dit huwelijk werd gezien als bezegeling van het politieke bondgenootschap tussen haar vader en haar nieuwe echtgenoot, dat de geschiedenis zou ingaan als het eerste triumviraat, en de argwaan opwekte van Marcus Tullius Cicero en Marcus Porcius Cato Uticensis minor.[7]

Iulia stierf echter voordat de breuk tussen haar echtgenoot en haar vader onvermijdelijk was geworden.[8] Want bij de verkiezing van de aediles in 55 v.Chr., werd Pompeius omringd door een tumultueuze volksmassa, en zijn toga was besprenkeld met het bloed van de relschoppers. Een slaaf droeg de bevlekte toga naar zijn huis op de Carinae en werd door Iulia gezien. In de overtuiging dat haar echtgenoot was gedood, kreeg ze voortijdige weeën en haar constitutie leed hier onherstelbare schade door.[9] In augustus van 54 v.Chr. stierf ze tenslotte in het kraambed en haar kind - een zoon volgens sommige auteurs[10], een dochter volgens anderen[11] — zou haar slechts enkele dagen hebben overleefd.[12] Caesar was op het moment dat hij de dood van zijn dochter vernam in Britannia en schijnt zich ondanks zijn verdriet stoïcijns te hebben gehouden.[13]

Ondanks de politieke gronden voor dit huwelijk, bleek het een zeer gelukkig huwelijk te zijn.[14] Hierdoor deden geruchten de ronde dat de "oude" Pompeius helemaal werd ingenomen door zijn drieëntwintig jaar jongere echtgenote.[15] Zo liet hij het bestuur over zijn provincia Hispania Ulterior over aan legati (zaakgelastigden), terwijl hij zelf in Rome bleef om als curator annonae de graantoevoer te overzien.[16]


Pompeius wenste haar assen te ruste te leggen in zijn favoriete Albaanse villa, maar het volk, dat van Iulia hield, was vastberaden haar een laatste rustplaats te geven op het Campus Martius (Marsveld).[17] Hiervoor was toestemming van de senaat nodig, en Lucius Domitius Ahenobarbus, een van de consuls van 54 v.Chr., aangespoord door zijn haat voor Pompeius en Caesar, wist zich een veto van een tribunus plebis te verwerven om dit tegen te houden. Maar de wil van het volk was sterker en na de laudatio funebris (lijkrede) op het Forum Romanum plaatste men haar urne in het Campus Martius.[18] Tien jaar later zou de officiële brandstapel voor Caesars eigen crematie worden opgericht naast de graftombe van zijn dochter, maar het volk zou opnieuw ingrijpen door na de laudatio funebris van Marcus Antonius Caesars lijk te cremeren op het Forum Romanum.[19]

Na Iulia's dood begon de alliantie tussen Pompeius en Caesar uiteen te vallen, wat zou eindigen in burgeroorlog. Het werd als een opvallend voorteken gezien dat toen Caesars adoptiezoon Gaius Iulius Caesar (Octavianus) Rome binnenkwam, het monument van Iulia door bliksem werd getroffen.[20] Caesar zelf wijdde een ceremonie aan haar manes, die hij in 46 v.Chr. in de vorm van uitgebreide funeraire spelen met gladiatorengevechten hield.[21] De datum was zo gekozen dat het samenviel met de ludi Veneris Genetricis van 26 september, het festival ter ere van Venus Genetrix, de goddelijke stammoeder van de gens Iulia.[22]

Noten[bewerken]

  1. Tacitus, Annales III 6.2.
  2. A. Goldsworthy, Caesar:Life of a Colossus, New Haven - Londen, 2006, p. 28 (voetnoot 2). Zie ook: M. Gelzer, Caesar: Politician and Statesman, Oxford, 1968, p. 21, P. Grimal, Love in Ancient Rome, Norman, 1986, p. 222, C. Meier, Caesar, Londen, 1996, p. 105.
  3. Suetonius, Vita Divi Iuli 6, Plutarchus, Caesar 5. De datering in 69 v.Chr. is gebaseerd op het feit dat Caesar op het moment dat hij de lijkrede voor zijn overleden zus alsook zijn overleden echtgenote uitsprak quaestor was (cf. Suetonius) en zijn quaestuur in 69 v.Chr. wordt geplaatst (T.R.S. Broughton, The Magistrates of the Roman Republic, II, New York, 1952, p. 132.).
  4. Dit maakt men op uit het feit dat ze in Caesars huis verbleef tijdens het Bona Dea-feest in 62 v.Chr. (Plutarchus, Caesar 10.1-3, Suetonius, Vita Divi Iuli 74.2.).
  5. Suetonius, Vita Divi Iuli 21.1.
  6. Plutarchus, Caesar 14.7, Suetonius, Vita Divi Iuli 21.1.
  7. Cicero, Epistulae ad Atticum II 17.1, Plutarchus, Pompeius 49.4, Gellius, Noctes Atticae IV 10.5.
  8. Velleius Paterculus, II 44, 47, Florus, IV 2.13, Plutarchus, Pompeius 53, Lucanus, I 113.
  9. Valerius Maximus, Facta et dicta memorabilium IV 6 § 4, Plutarchus, Pompeius 53.
  10. Velleius Paterculus, II 47, Suetonius, Vita Divi Iuli 26, Lucanus, V 474, IX 1049.
  11. Plutarchus, Pompeius 53, Cassius Dio, XXXIX 64.
  12. Cassius Dio, XL 44.
  13. Seneca, Ad Marciam de Consolatione XIV 3, Cicero, Pro Publio Quinctio III 1, Epistulae ad Atticum IV 17.
  14. Plutarchus, Pompeius 53.1, Valerius Maximus, Facta et dicta memorabilia IV 6 § 4.
  15. Plutarchus, Pompeius 48.5-7.
  16. Plutarchus, Pompeius 53.
  17. Plutarchus, Pompeius 53.3.
  18. Cassius Dio, XXXIX 64, XLVIII 53.
  19. Suetonius, Vita Divi Iuli 84, Livius, Periochae CXVI 6.
  20. Suetonius, Vita Divi Iuli 84, Vita Divi Augusti 95.
  21. Suetonius, Vita Divi Iuli 26, Plutarchus, Caesar 55, Cassius Dio, XLIII 22.
  22. Octavianus volgde dit voorbeeld in 44 v.Chr. door de ludi funebres voor Caesar te houden terwijl hij tegelijkertijd de ludi Veneris Genetricis van september naar juli verhuisde.

Referenties[bewerken]

  • W. Smith, art. Julia (4), in W. Smith (ed.), A dictionary of Greek and Roman biography and mythology, II, Boston, 1867, pp. 640-641.
  • H. Stegmann, art. Iulia (5), in NP 6 (1999), col. .