Jan I van Brosse

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Jan I van Brosse, bijg. maarschalk van Boussac, (Huriel, 1375 - Boussac, 1433) was een zoon van Peter II van Brosse en Margaretha van Malleval. Hij huwde in 1419 met Johanna van Naillac.

Brosse begon voor Frankrijk te vechten samen met zijn neef, Louis van Culant. Door de invloed van zijn familie werd hij kamerheer van de dauphin, de latere Karel VII van Frankrijk. De twee werden goede vrienden. Na de dood van zijn vader in 1422, erfde hij diens titels en bezittingen. Ook Karel VI stierf dat jaar en Karel VII werd koning.

Jan kreeg in 1423 de opdracht van de koning om voor zijn veiligheid in te staan. In 1426 werd hij Maarschalk van Frankrijk en bevocht de Engelsen. Door de werken aan het kasteel van Boussac en de legerkosten raakte hij echter in geldnood en was hij verplicht een deel van zijn inboedel en van de juwelen van zijn vrouw te verkopen. In 1428 nam Jan van Brosse deel aan een rebellie, die snel de kop werd ingedrukt. De rebellen werden opgesloten, maar omdat de koning op zoek was naar legergeneraals kregen de rebellen snel genade.

Jan van Brosse was een der Franse leiders die vruchteloos trachtten de Engelse opmars te stuiten. De Engelsen bereikten in 1429 Orléans. Dankzij de steun van onder meer Jan van Brosse kreeg Jeanne d'Arc de nodige troepen om het beleg van Orléans te keren. Bij de kroning van de koning kreeg Jan van Brosse een ereplaats toegewezen. Toen Jeanne d'Arc in 1430 werd gearresteerd kwam Jan voor haar tussenbeide. Vervolgens bracht Jan zelf een leger op de been en kon hij Compiègne bevrijden, maar Jeanne d'Arc was toen al weggebracht uit de stad naar Rouen.

Hij keerde toen terug naar Boussac en verliet nooit meer deze plaats. Zijn zoon Jan zou trouwen met Nicole van Châtillon en graaf van Penthièvre worden.