Jigoro Kano

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Jigoro Kano.
Standbeeld van Jigoro Kano voor het Kodokan Instituut in Tokio.

Jigoro Kano (Mikage, 28 oktober 1860 - 4 mei 1938) is de grondlegger van het judo.

Biografie[bewerken]

Kano werd geboren in Mikage (ook vermeld als Kikage), een Japans dorp dichtbij Kobe (in de huidige wijk Higashinada-ku). Hij was de derde zoon van de handelaar in scheepvaartmaterialen Jerosaku Kano. Toen hij 11 jaar oud was, verhuisde Jigoro met zijn familie naar de hoofdstad Tokio.

In 1877 begon Kano aan zijn studie aan de Keizerlijke Universiteit te Tokio en op 21-jarige leeftijd behaalde hij zijn graad in de economische en politieke wetenschappen. Kano verloor zijn interesse in politiek en studeerde verder aan de pedagogische faculteit. Daar behaalde hij een onderwijsgraad en promoveerde een jaar later in de filosofie. Hij werd eerst lector en later hoogleraar. Daarna werd hij onderdirecteur van de school van adel.

Kano werd als kind vaak geplaagd en leerde jiujitsu om zich te kunnen verdedigen. Hij ging lessen van zijn meester Teinoskuku Yagi volgen. Zijn meester bracht hem in contact met Hachoinosuke Fukuda, directeur van de Tensjo-Shinyo-school. Zijn meester was een edel mens en had veel sympathie voor Kano. Na zijn dood liet Yagi hem de geschriften van zijn jiujitsu-school na. De opvolger van zijn meester was Iso, die erg soepel en erg sterk was. Na de dood van Iso kreeg Jigoro weer een soortgelijke erfenis. Hij werd leerling van meester Jikubo. Maar de technieken waren tamelijk ingewikkeld en moeilijk. Na een jaar moest zijn meester bekennen dat hij geen goede les aan hem kon geven.

Uit onvrede met de ruwe en gevaarlijke technieken die bij jiujitsu werden toegepast (hij kwam vaak bont en blauw thuis, dit leverde hem de bijnaam "de pleister" op), selecteerde Kano een aantal technieken die de tegenstander konden uitschakelen, zonder hem daarbij ernstig te verwonden. Dit is de basis van judo.

In 1882 opende Kano op 22-jarige leeftijd de eerste judoschool: de kodokan. Behalve een training van het lichaam was voor Kano ook de training van de geest en het continu streven naar het verbeteren van de persoonlijkheid een primair doel, een instelling die bij veel westerse judoka's niet altijd meer leeft.

In 1909 werd Kano lid van het Internationaal Olympisch Comité. Als IOC-lid geloofde Kano in sport als middel om landen tezamen te brengen. Hij ijverde er voor om de Olympische Spelen in 1940 te Tokio te laten plaatsvinden.

Kano overleed op 77-jarige leeftijd aan boord van het stoomschip "Hikawa Maru", op de terugreis van een rondreis door Europa. De officiële doodsoorzaak is longontsteking, maar er zijn ook hardnekkige geruchten dat Kano werd vergiftigd. De Japanse regering wilde de kodokan omzetten in een militaire academie. Kano was hier echter fel tegen. Enkele weken na zijn dood zette de regering haar plan alsnog door. Kano was echter enige tijd voor zijn dood al slachtoffer van een zwakke gezondheid, getuige de woorden in een brief van mevr. Sarah Meyer aan Gunji Koizumi op 12 september 1934: "Prof. [Jigoro] Kano is just back [from a trip] but not well as he has stone in kidney. People don't seem to think he will live much longer." Hij heeft de uitnodiging om de rondreis door Europa te doen dan ook in eerste instantie afgeslagen. Echter, prins Tokugawa, lid van de keizerlijke hofhouding, heeft Kano op persoonlijke titel verzocht zijn plaats in de delegatie in te nemen. Waarschijnlijk is de dood van Kano een kwestie van een oude man, die zijn hele leven buitengewoon hard gewerkt heeft voor zijn idealen, en die in het zicht van de haven is overleden. Verder dient in acht genomen te worden dat de Japanse junta in die tijd er geen enkel belang bij had om Kano te vermoorden: Als ze de Kodokan hadden willen omvormen tot een militair instituut had Kano ze daar zeker niet van kunnen weerhouden.

Hij verkreeg postuum de hoogste graad, 12e dan, de brede witte band. Deze graad is volgens de traditie exclusief voorbehouden aan de stichter van het judo, hoewel er theoretisch geen reden is waarom een willekeurige judoka niet ook deze graad zou kunnen bereiken: Het is niet verboden en het is zelfs te betwijfelen of Kano het eens zou zijn geweest met de honoraire 11e dan, aangezien hij een filosofie voorstond van continu verbetering.

Shihan Kano is begraven in Matsudo, in de prefectuur Chiba , ongeveer 60 km ten noordoosten van Tokio. Het graf kan alleen met toestemming van de familie Kano worden bezocht.