Kasstroomoverzicht

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een kasstroomoverzicht (Engels: cash flow statement) is een overzicht van de kasstroom, de feitelijke geldstromen die in een organisatie in de loop van een boekjaar binnenkomen en uitgaan. Dit staat ook bekend als de "staat van herkomst en besteding der middelen".

Het kasstroomoverzicht kan inzicht geven in:

  • de financiering van de activiteiten van de onderneming in het boekjaar;
  • de liquiditeitspositie;
  • de solvabiliteit;
  • de kwaliteit van het behaalde resultaat;
  • het vermogen van de onderneming om geldstromen te genereren.

Grotere organisaties (waaronder grote en middelgrote ondernemingen) zijn verplicht een kasstroomoverzicht te publiceren als onderdeel van de jaarrekening, samen met de balans, de winst- en verliesrekening (resultatenrekening) en de toelichting. Gecombineerd geven de balans, de resultatenrekening en het kasstroomoverzicht een volledig beeld van het financiële reilen en zeilen van een onderneming. De balans toont de waarde van de bezittingen en schulden op enig moment en de resultatenrekening verschaft inzicht in de opbrengsten en kosten in een periode. Het kasstroomoverzicht ten slotte zet de inkomsten en uitgaven in die periode tegenover elkaar en maakt daarmee het plaatje compleet.

Voorbeeld[bewerken]

Een kasstroomoverzicht geeft een verklaring voor de mutatie van het saldo liquide middelen op de balans. Zie bijvoorbeeld onderstaande balansen.

Balans per 31/12
Debetpost Debetsaldo Creditpost Creditsaldo
Vaste activa 15 Eigen vermogen 19
Vlottende activa 12 Vreemd vermogen lang 8
Liquide middelen 7 Vreemd vermogen kort 7
Totaal 34 34
Mutatiebalans over de periode
Debetpost Debetsaldo Creditpost Creditsaldo
Vaste activa 5 Eigen vermogen 4
Vlottende activa 2 Vreemd vermogen (lang) 3
Liquide middelen 2 Vreemd vermogen (kort) 2
Totaal 9 9

De verandering in liquide middelen (2) over deze periode valt af te leiden uit de mutatiebalans. Deze verandering (2) is gelijk aan de verandering in eigen vermogen (4) plus de verandering in vreemd vermogen (lang) (3) plus de verandering in Vreemd vermogen (kort) (2) minus de verandering in vaste activa (5) en de verandering in vlottende activa (2).

Het kasstroomoverzicht (ongeacht de gekozen variant, direct of indirect) zal dus in dit voorbeeld een uitkomst van 2 moeten tonen.

Kasstroomoverzicht versus winst- en verliesrekening[bewerken]

Een kasstroomoverzicht heeft een zekere verwantschap met een winst- en verliesrekening, maar wijkt er op een aantal punten van af. Het voornaamste verschil is dat in een kasstroomoverzicht alleen rekening wordt gehouden met geldstromen die feitelijk in het betreffende boekjaar hebben plaatsgevonden.

Een voorbeeld: een onderneming verkoopt vlak voor het einde van het boekjaar (stel op 28 december) een hoeveelheid goederen. De factuur is op 31 december nog niet betaald. Voor de winst- en verliesrekening doet dat niet ter zake: het kan gewoon als "omzet" geboekt worden (vanwege het realisatiebeginsel: op het moment dat het risico van prijsschommelingen overgaat wordt de opbrengst gerealiseerd geacht). In het kasstroomoverzicht komt deze verkoop echter niet voor, want er is geen (inkomende) geldstroom geweest. Omgekeerd: als op 10 januari betaling van een factuur van vlak voor het begin van het boekjaar ontvangen wordt, telt dit niet mee voor de omzet, en komt dat dus niet in de winst- en verliesrekening terecht. Maar in het kasstroomoverzicht over het betreffende jaar wordt deze ontvangst wel opgenomen.

Afschrijvingen[bewerken]

Uit het criterium "feitelijke geldstromen" vloeit tevens voort dat afschrijvingen niet in het kasstroomoverzicht voorkomen. Daar is geen feitelijke geldstroom mee gemoeid. Stel dat een onderneming in jaar X een investering van EUR 10.000 doet in een machine, die in 10 jaar (lineair) zal worden afgeschreven, dan komt de volledige koopprijs in het kasstroomoverzicht van jaar X terecht. In de winst- en verliesrekening van jaar X blijkt echter slechts een afschrijving van (circa) EUR 1000, hetgeen in de 9 daarop volgende jaren herhaald zal worden. (De term "circa" is opgenomen omdat het ook mogelijk is dat de afschrijving start op de datum van ingebruikname: als die methode wordt gehanteerd, en deze machine is halverwege het jaar in gebruik genomen, is de afschrijving in jaar X geen EUR 1000 maar EUR 500. Voor de methodiek maakt dit verder geen verschil.)

Methoden voor opstellen kasstroomoverzicht[bewerken]

Het opstellen van een kasstroomoverzicht kan op twee manieren. De indirecte methode is de meest gangbare:

  • De directe methode: weergave van operationele ontvangsten en uitgaven
  • de indirecte methode: weergave van de kasstroom uit operationele activiteiten door vanuit een winstbegrip (bedrijfsresultaat) correcties toe te passen voor resultaatsposten die geen operationele kasstroom met zich meebrengen en voor kasstromen die in de betreffende periode geen resultaatspost zijn. Voorbeelden van correcties: afschrijvingen, mutaties in voorzieningen, mutaties in werkkapitaal, boekwinst.

Opbouw kasstroomoverzicht[bewerken]

De Raad voor de Jaarverslaggeving deelt het kasstroomoverzicht in in drie onderdelen:

  • kasstromen uit operationele activiteiten (hoeveel geld is er ontvangen met de activiteiten waarvoor de onderneming is opgericht? bijvoorbeeld brood verkopen als er van een bakkerij sprake is)
  • kasstromen uit investeringsactiviteiten (hoeveel geld is er uitgegeven aan de aanschaf van kapitaalgoederen?)
  • kasstromen uit financieringsactiviteiten (hoeveel geld is er extra geleend of teruggegeven aan vermogensverschaffers en wat heeft dit gekost?)

Operationele activiteiten (bedrijfsvoering: winst en dergelijke)[bewerken]

Het eerste deel beschrijft de kasstromen die voortvloeien uit de bedrijfsvoering ("cash flow from operating activities"). Dit begint met de omzet zoals die is vermeld in de winst- en verliesrekening, en corrigeert dit bedrag op een aantal punten (indirecte methode). Er wordt in elk geval gecorrigeerd voor een aantal "stroomgrootheden": toe- of afname van debiteuren, van crediteuren, en van voorraden.

Als het totale bedrag van debiteuren aan het einde van het financiële boekjaar groter is dan aan het begin van het jaar (eerst €50.000 en op het einde €70.000), dan zijn de debiteuren (entiteiten die geld schuldig zijn aan de onderneming) nog €20.000 euro extra schuldig aan de onderneming. Zodoende wordt deze €20.000 euro genoteerd als een negatieve kasstroom.

Voor de openstaande crediteuren geldt hetzelfde principe, doch met een omgekeerd effect: indien aan het begin van het jaar EUR 80.000 te betalen was aan leveranciers, en aan het eind van het jaar EUR 110.000, dan is er sprake van een geldstroom van EUR 30.000 de onderneming in.

Op dezelfde wijze worden de voorraden behandeld: die vertegenwoordigen immers een hoeveelheid "vastgelegd werkkapitaal". Een onderneming die aan het begin van het jaar EUR 120.000 had vastgelegd in voorraden, en aan het eind van het jaar EUR 85.000, heeft daarmee EUR 35.000 "vrijgemaakt", hetgeen een positieve cashflow ter grootte van dat bedrag impliceert.

Vervolgens wordt gecorrigeerd voor afschrijvingen. Het bedrag dat in de winst- en verliesrekening hiervoor is opgenomen (en waarmee de winst is verminderd) kan hier weer toegevoegd worden.

Met nog enige andere correcties leidt dit tot de "kasstroom uit operationele activiteiten".

Als dit een negatief bedrag is, heeft de onderneming, reeds nu of op termijn, een probleem. De normale situatie is echter dat dit bedrag positief is.

Investeringsactiviteiten (activa)[bewerken]

Het tweede deel beschrijft de kasstroom uit investeringsactiviteiten ("cash flow from investing activities"). Hier worden aanschaffingen in machines en andere duurzame activa vermeld, en wel voor het volle bedrag van de aanschaf, zoals reeds genoemd. Ook investeringen die de vorm aannemen van overnames van andere ondernemingen of gedeelten daarvan vallen hieronder. De opbrengst van de verkoop van een machine of een deelname wordt daarentegen als een negatieve investering (oftewel een desinvestering) verantwoord (ervan uitgaande dat de opbrengst in geld betaald wordt).

De normale situatie is dat het totaal van de kasstroom uit investeringsactiviteiten negatief is. Daar is op zich niets mee aan de hand.

Financieringsactiviteiten (passiva)[bewerken]

Het derde deel is de kasstroom uit financieringsactiviteiten ("cash flow from financing activities"). Dit beschrijft de wijze waarop aan de kapitaalsbehoefte van een onderneming is voldaan in de loop van het boekjaar. Een emissie van aandelen zorgt voor een geldstroom de onderneming in, evenals het aantrekken van geld door middel van obligaties. Het aflossen van een langlopende lening is dan weer een negatieve geldstroom. Betaling van dividenden wordt gezien als een vorm van "negatieve financiering": er gaat geld de onderneming uit. Hetzelfde geldt voor inkoop van aandelen.

Of het totaal van de kasstroom uit financieringsactiviteiten een positief of een negatief bedrag is, valt niet op voorhand te zeggen. Bij een (sterk) groeiende onderneming zal dit vrijwel altijd een positief bedrag zijn, aangezien het niet aannemelijk is dat die expansie geheel uit de ingehouden winst gefinancierd kan worden. Er zal dus extern kapitaal moeten worden aangetrokken, hetgeen een positieve kasstroom uit financieringsactiviteiten is. Bij een onderneming die geen concrete expansieplannen heeft, zou het beide kanten kunnen uitgaan. (Een schoenmaker die met zijn huidige huisvesting en machines uit de voeten kan, zal niet zo'n grote kapitaalsbehoefte hebben.) Vermoedelijk zal echter in de meeste gevallen een negatief bedrag aan kasstroom uit financieringsactiviteiten het meeste voorkomen.

Het saldo van deze drie groepen zal, als alle cijfers kloppen, gelijk zijn aan het bedrag waarmee de liquide middelen (kas en banksaldi) in de loop van het boekjaar zijn toe- of afgenomen.

Belang van het kasstroomoverzicht[bewerken]

Bij de beoordeling van de financiële positie van een onderneming kan een kasstroomoverzicht behulpzaam zijn. Een snel groeiende onderneming, die zijn expansie geheel financiert met het uitgeven van aandelen en/of het aantrekken van leningen, zou gevraagd kunnen worden wanneer men denkt dat er een positieve kasstroom uit operationele activiteiten zal komen. Het bedrijf dat een redelijke kasstroom uit operationele activiteiten laat zien, maar weinig investeert, zou wel eens de kans kunnen lopen nieuwe ontwikkelingen te missen, te weinig te investeren in nieuwe producten, etcetera. En het bedrijf dat meerdere jaren achter elkaar een negatieve kasstroom uit operationele activiteiten laat zien, veel investeert, en veel leent, zou wellicht beter als beleggingsobject gemeden kunnen worden.

Uiteraard is het ook bij dit deel van de jaarrekening nuttig om de cijfers over meerdere jaren te vergelijken. Met name bij het kasstroomoverzicht is dit van belang: daar kunnen, vooral bij de kasstroom uit investeringsactiviteiten (en de daarmee tot op zekere hoogte parallel lopende kasstroom uit financieringsactiviteiten) van jaar tot jaar grote verschillen optreden. Die verschillen behoeven dan een verklaring, maar die verklaring is vaak ook goed te geven. Een bekend voorbeeld is hier de aanschaf van vliegtuigen door een luchtvaartmaatschappij. In het jaar dat deze geleverd worden leidt dat tot een groot (negatief) bedrag aan kasstroom uit investeringactiviteiten, meestal gepaard gaande met een groot positief bedrag aan kasstroom uit financieringsactiviteiten. Maar die vliegtuigen gaan uiteraard een aantal jaren mee. Het zou dan onjuist zijn om uitsluitend naar die ene negatieve kasstroom te kijken; het moet in de context van de totale bedrijfsvoering worden bezien.

IAS 7 Statement of Cash Flows[bewerken]

De International Financial Reporting Standard die regels geeft voor het kasstroomoverzicht is "IAS 7 Statement of Cash Flows".