Kolossen van Memnon

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De Kolossen van Memnon

De Kolossen van Memnon zijn twee enorme standbeelden van farao Amenhotep III op de westoever van de Nijl nabij Luxor.

De beelden zijn gemaakt van kwartsiet, zo'n 3400 jaar geleden, dat waarschijnlijk kwam van de groeve in Gizeh. De beelden zijn zo'n 20 meter hoog.

Oorspronkelijk stonden de twee standbeelden aan de poort van de tempel ter ere van de farao. Deze tempel was destijds een van de grootste met zijn 35 hectare.

In 27 v. Chr. raakte een van de beelden ernstig beschadigd. Dit kwam ofwel door een aardbeving in het gebied, ofwel - want Egypte is nooit een aardbevingsgebied geweest - door de plunderingen van koning Cambyses. Sindsdien begon dat beeld bij zonsopgang een vaag, fluitend geluid te maken. Dit verschijnsel wordt door vele geschiedschrijvers, zoals Strabo, Pausanias en Tacitus verhaald. Enkele reizigers meenden er een trieste zang in te herkennen, en al vlug ontstond er een kleurrijke legende rond deze 'zingende steen'.

Het gegil zou van de Ethiopische koning Memnon zijn. Memnon zou in de Trojaanse Oorlog Antilochos hebben gedood, maar zelf later uit wraak door Achilles zijn gedood. Zijn moeder, Eos, zou Zeus gesmeekt hebben Memnon onsterfelijkheid te geven. Aangezien Eos de godin van de dageraad was, past dat in het plaatje van het beeld dat begon met gillen bij zonsopgang.

Hoe mooi dit ook moge klinken, het is waarschijnlijker dat er een natuurlijke oorzaak is voor de 'fluitende steen'. Door het verschil tussen koude nacht en warme dag springen er iedere dag steendeeltjes los op de breukplaats. Er werd een eind aan het gegil gemaakt door keizer Septimius Severus, die de beelden liet restaureren.

Literatuur[bewerken]

Wirsching, Armin, "Exkurs zum Transport und Aufrichten der Memnon-Kolosse" in: Wirsching: "Obelisken transportieren und aufrichten in Aegypten und in Rom" (3. Auflage 2013) ISBN 978-3-8334-8513-8.