Laatste vlucht van KNILM PK-AFV

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De laatste vlucht van de Douglas DC-3, vliegtuigregistratie "PK-AFV" van de KNLIM vond plaats op 3 maart 1942. Het toestel werd aangevallen boven Australië door jachtvliegtuigen van de Japanse Keizerlijke Marineluchtmacht. Deze gevechtshandeling kostte het leven aan vier passagiers en leverde een verlies aan diamanten op van ongeveer 150,000–300,000 Australische Ponden (ongeveer 9.5–19 miljoen Australische dollar in 2010).

De Pelikaan was een tweemotorig passagiersvliegtuig dat door de KLM en de KNILM sinds 25 augustus 1937 werd ingezet. De Pelikaan was oorspronkelijk in Nederland geregistreerd als PH-ALP. Op 10 mei 1940, terwijl het toestel onderweg was naar Azië, vielen de Duitsers Nederland binnen, als gevolg daarvan werd "PH-ALP" overgenomen door de KNILM en de registratie "PK-AFV" kreeg.

Laatste vlucht[bewerken]

Piloot Iwan Smirnoff (links) in 1929

Het vliegtuig was op 3 maart 1942 om 01.15 vertrokken voor een vlucht van Bandoeng, Nederlands-Indië naar Broome, Australië. Gezagvoerder was de Eerste Wereldoorlog-veteraan Iwan Smirnoff. Hij en drie andere bemanningsleden, 2e vlieger Johan Hoffman, marconist Jo Muller en boordwerktuigkundige Joop Blaauw vervoerden acht passagiers die op de vlucht waren vanwege de Japanse invasie van Java. Op de passagiertslijst stonden de militaire vliegers Leon Vanderburg, Pieter Cramerus, Dick Brinkman, Heinrick Gerrits en Daan Hendriksz, verder leerling boordwerktuigkundige van de KNILM Hendrick Van Romond en Maria van Tuyn en haar achttien maanden oude zoontje Johannes.

De DC-3 volgde omstreeks half negen de kustlijn van Kimberley richting Broome toen ze werd aangevallen door drie Mitsubishi A6M Zero's, gecommandeerd door de Japanse luitenant Zenjiro Miyano. Deze waren op de terugweg naar hun basis op Timor, nadat ze het vliegveld van Broome hadden aangevallen. De Japanners, die hoger vlogen dan de Pelikaan, vuurden er diverse keren op. Daarbij werd het vliegtuig meerder malen geraakt. Later telde men 300 inslagen. Een van de motoren vloog in brand en Smirnoff raakte gewond aan de armen en heup. Hij slaagde er echter in een noodlanding uit te voeren. Smirnoff maakte een landing met de wielen uit. Tijdens de landing werd de rechter band getroffen en explodeerde, hierdoor maakte het vliegtuig een abrupte zwaai naar rechts waardoor het in het water terechtkwam. Door het water werd de brand in motor nummer 1 gedoofd. Deze landing is door Smirnoff in zijn boek "De Toekomst heeft Vleugels' (uitgave Elsevier, Amsterdam, 1947) zo beschreven. Een foto tussen de pagina's 72 en 73 staaft zijn verhaal, er is duidelijk te zien dat het landingsgestel onder motor 1 is neergelaten. het verhaal wordt ook bevestigd in de vele interviews die Smirnoff heeft gegeven in kranten en voor de BBC radio in 1944. Ook bevestigen twee overlevende passagiers, Pieter Cramerus in een video interview uit 2008 en Leon Vanderburg in het boek Diamantvlucht van William H Tyler uit 1986 dit verhaal.[1] Na de geslaagde landing bleven de Japanse jagers het vliegtuig beschieten. Uiteindelijk waren er maar vier die geen verwondingen hadden opgelopen. Maria van Tuyn en haar kind werden ernstig gewond evenals Daan Hendriksz en Joop Blaauw. Ze overleefden de beschieting niet en stierven op het strand. De volgende dag, terwijl de overlevenden in afwachting van een reddingsploeg nog bij het toestel aanwezig waren, vond een Japanse vliegboot het in ondiep water liggende vliegtuig en bestookte het met een viertal bommen zonder schade aan te richten. Na zeven dagen werden de overlevenden gered.

Diamanten[bewerken]

Een pakketje met diamanten, dat behoorde tot de Bandoengse firma NV De Concurrent, werd aan Smirnoff overhandigd op de morgen van de 3de maart door een KLM-officier op het vliegveld van Bandoeng. Smirnoff kreeg instructies het pakketje te overhandigen aan een vertegenwoordiger van de Commonwealth Bank zodra hij Australië bereikt had. De gezagvoerder zou niet op de hoogte zijn geweest van de inhoud van het pakje, dat volgens hem in het water terecht moet zijn gekomen.

Er wordt aangenomen dat de diamanten gestolen zijn na de noodlanding, maar er is nooit iemand veroordeeld voor de diefstal. Een marinier van Broome, Jack Palmer, was de eerste die op de plaats van het ongeluk arriveerde. Hij droeg later diamanten ter waarde van 20.000 Engelse ponden over aan de autoriteiten. In mei 1943 werden Palmer en twee anderen voor het Supreme Court of Western Australia gedaagd op beschuldiging van diefstal van de rest van de diamanten. Ze werden echter alle drie ontslagen van rechtvervolging.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Portal.svg Portaal KNIL
Bronnen, noten en/of referenties