Leen- en Pachtwet

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Franklin D. Roosevelt ondertekent de Leen- en Pachtwet

De Leen- en Pachtwet (Engels: Lend-Lease Act) van 11 maart 1941 was een Amerikaanse wet op grond waarvan de VS in het begin van de Tweede Wereldoorlog materiële steun kon verlenen aan, in eerste instantie, het Verenigd Koninkrijk, en later ook andere landen, zonder het uitgangspunt van neutraliteit te schenden. (De VS waren tot de Japanse aanval op Pearl Harbor op 7 december 1941 en de Duitse oorlogsverklaring aan de VS op 11 december 1941 niet in oorlog.)

De wet gaf de Amerikaanse regering de bevoegdheid om defensiemateriaal ter beschikking te stellen aan staten wier defensie door de Amerikaanse president van vitaal belang werd geacht voor de verdediging van de VS.

Voordat deze wet van kracht werd, was tussen de VS en het Verenigd Koninkrijk wel een aantal overeenkomsten gesloten op grond waarvan defensiematerieel en faciliteiten met elkaar geruild werden. Dit betrof onder meer 50 oudere Amerikaanse torpedobootjagers, versus Amerikaanse gebruiksrechten op Britse marinebases in de Caraïben. Teneinde de Amerikaanse neutraliteitswetgeving te respecteren moest dit echter op basis van (veronderstelde) evenredigheid gebeuren.

Teneinde de steun van de Amerikaanse bevolking te verkrijgen, gebruikte president Roosevelt in een radiotoespraak van 17 december 1940 de beroemd geworden beeldspraak van de buurman wiens huis in brand staat en hem de tuinslang te leen vraagt. "Ik zou dan niet zeggen, buurman, mijn tuinslang heeft 15 dollar gekost en die moet u mij eerst betalen. Ik hoef geen 15 dollar, ik wil alleen mijn tuinslang terug als de brand is geblust." Mede door deze analogie werd bereikt dat de wet werd aangenomen.

Op grond van deze wet konden de VS tot oktober 1941 voor circa 1 miljard dollar aan militaire hulp verstrekken aan het Verenigd Koninkrijk. Het Verenigd Koninkrijk zou een dergelijk bedrag op dat moment niet hebben kunnen betalen, waarbij opgemerkt wordt dat de koopkracht van een dergelijk bedrag toen vele malen groter was dan thans, ruim een halve eeuw later, het geval is.

Uiteindelijk zou tot augustus 1945, toen de wet werd ingetrokken, voor ruim 50 miljard dollar aan hulp worden verstrekt aan diverse landen, waarvan het Verenigd Koninkrijk verreweg de grootste ontvanger was. Verder werd hulp verleend aan onder meer de Sovjet-Unie (via de Noordoostelijke Doorvaart, Noordelijke Atlantische Oceaan, de haven van Vladivostok, via Basra door Iran en via de Alsib; de vliegroute van Alaska via Oeëlkal naar Krasnojarsk), Canada, Australië, Nieuw-Zeeland en China.

Het Lend-Lease-programma was voor de geallieerden van cruciaal belang, omdat de eigen oorlogsindustrie van Groot-Brittannië bij lange na niet in staat was om de hoeveelheid oorlogsmaterieel te produceren die nodig was. Ook nadat de VS in de oorlog betrokken raakten bleef het programma noodzakelijk: het opbouwen van de eigen strijdkrachten was eind 1941 nog lang niet voltooid.

Op grond van Lend-Lease stelde het Verenigd Koninkrijk aan de VS kennis ter beschikking op het gebied van onder meer radar en straalaandrijving.

Externe links[bewerken]