Lepelmaker (diamant)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
The Topkapi Diamond.JPG

De 86 karaat zware "lepelmaker", in het Turks "Kaşıkçı Elması" is een uit India stammende gele, peervormig geslepen diamant. De diamant ontleent haar naam aan de door de Ottomaanse historicus Rasid verhaalde legende dat zij door een arme man op een vuilnishoop in de wijk Egrikapi in Constantinopel gevonden zou zijn. De onbekend gebleven pauper zou de steen voor drie houten lepels aan een lepelmaker hebben verkocht. De lepelmaker verkocht de steen, een van de grootste en fraaiste diamanten ter wereld, aan een juwelier voor tien zilverstukken.

De juwelier liet de steen aan een collega zien en deze dreigde dat hij, wanneer hij niet in de winst mocht delen, de pauper zou vertellen hoezeer hij was afgezet. Een derde juwelier suste de ruzie en gaf beide collegae een beurs vol zilveren munten.

De steen werd door Grootvizier Kopruluzade Ahmed Pasha die van de steen en de ruzie hoorde in beslag genomen en aan Sultan Mehmed IV gegeven. Het is niet bekend hoe de vorst de juwelier schadeloos heeft gesteld. De steen bevond zich sindsdien in het Topkapi paleis. De sultans hebben de in een ring van 49 kleinere stenen gezette diamant waarschijnlijk als aigrette op hun tulband gedragen. Sinds de troonsafstand van de laatste Sultan wordt de lepelmaker-diamant in het Topkapi museum tentoongesteld.

Een andere, meer geloofwaardige, herkomst van de steen is dat een Frans officier, Pikot geheten, haar in 1774 van de Maharadja van Madras heeft gekocht. De steen werd van Pikot gestolen en later geveild. Giacomo Casanova, op dat moment de schatrijke directeur van de Franse staatsloterij, kocht haar en men noemde de steen "Diamant de Loterie de Casanova" of "Casanova's loterij-diamant".

Letizia Ramolino, alias Madame Mère, de moeder van Napoleon I, kocht de steen en verkocht haar in 1815. Een Ottomaans edelman verwierf de steen voor 150.000 goudstukken en pas nadat deze Tepedelenli Ali Pasha in opdracht van Sultan Mahmut II ter dood was gebracht kwam de steen in de collectie van de Turkse keizer.

Externe link[bewerken]

Literatuur[bewerken]

  • Victor Argenzio, "Diamonds Eternal", New York, 1974.