Lexicale diffusie
Lexicale diffusie is in de gesproken taal het verschijnsel dat één bepaald foneem van vorm verandert, waarna deze verandering zich verder uitbreidt in het lexicon van de taal in vergelijkbare contexten, zodat de verandering een systematisch karakter krijgt. Een voorbeeld is de diftongering van veel monoftongen (bijvoorbeeld [i:], [y:], [i:], [y:] → [ai], [oi], [ei], [oey]), evenals de omgekeerde klankverschuiving (monoftongering) die de overgang van het Middelnederlands naar het moderne Nederlands kenmerkte.
Lexicale diffusie geldt meestal niet voor alle vergelijkbare contexten. Ook is het verschijnsel vaak gebonden aan bepaalde dialecten; zo zijn de verlaging van de Nederlandse diftong [ei] tot [ai] en de uitspraak van de Gooise r hoofdzakelijk beperkt tot het Poldernederlands. Dit feit druist in tegen de stelling van de Neogrammatici, die van mening waren dat een eenmaal ingezette klankverandering voor alle vergelijkbare contexten gold.
William Labov onderscheidt als alternatieve oplossing twee soorten klankverschuivingen: de regelmatige die in elke mogelijke context gelden (bijvoorbeeld klinkerverschuiving) en lexicale diffusie (bijvoorbeeld metathesis of klinkerreductie). Volgens Paul Kiparsky komt lexicale diffusie voort uit analogie en moet het daarom niet worden beschouwd als een echte klankverandering maar als een vorm van nivellering.
Referenties[bewerken]
- Kiparsky, Paul The Handbook of Phonological Theory, Blackwell, Cambridge, Mass., “The phonological basis of sound change”, p. 640–70 ISBN 0-631-18062-1.
- Labov, William Principles of Linguistic Change, Volume 1: Internal Factors, Blackwell, Cambridge, Mass., 1994 ISBN 978-0-631-17913-9.