Locus (biologie)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Portal.svg Portaal Genetica

Locus (meervoud: loci): Latijn voor 'plaats'. locus wordt in de biologie gebruikt om aan te geven waar een gen (of een andere reeks nucleotiden) zich op een chromosoom bevindt. Varianten op de DNA sequentie van een locus worden allelen genoemd. Een geordende lijst van bekende loci voor een bepaalde genoom wordt ook wel een genetische kaart genoemd. Het eerste gen krijgt locus 0 en het laatste locus 100. De overige genen krijgen als locus hun afstand in centimorgan tot het eerste gen.

Nomenclatuur[bewerken]

De chromosomale locus van een gen kan bijvoorbeeld zijn "6p21.3".

Component Verklaring
6 Het chromosoom nummer.
p De locus bevindt zich op de korte arm van het chromosoom (p staat voor petit uit het Frans); q wordt gebruikt voor de lange arm.
21.3 Het nummer na de letter stelt de positie op de arm voor: band 21, sub-band 3. De banden zijn zichtbaar onder een microscoop als de chromosomen op een bepaalde manier worden gekleurd. Elke band is genummerd, beginnend met 1 voor de locus die het zich het dichtst bij de centromeer bevindt. Sub-banden zijn alleen zichtbaar onder hogere resoluties.

De uiteinden van een chromosoom worden wel gelabeld als "ptel" en "qtel" welke verwijzen naar de telomeer , waarbij "2qtel" verwijst naar de telomeer van de lange arm van chromosoom twee.