Maria de la Quellerie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Mogelijk het portret van Maria de la Quellerie

Maria de la Quellerie (Rotterdam, 28 oktober 1629 - Malakka, 2 november 1664) was de vrouw van Jan van Riebeeck, stichter van Kaap de Goede Hoop. Maria was een van de eerste hugenoten die zich op Kaapkolonie vestigde.

Levensloop[bewerken]

Maria de la Quellerie was een dochter van Abraham Quevellerius (de la Quellerie) (1589-1630), Waals predikant te Rotterdam en Maria du Bois (1593-?). Haar grootvader Chrétienne (1543-) was eveneens een predikant.

Maria groeide op in Leiden en huwde op 28 maart 1649 in Schiedam met de 29-jarige Jan van Riebeeck, de zoon van een chirurgijn. Het echtpaar woonde aanvankelijk in Rotterdam, een havenstad, die toen slechts 26.000 inwoners kende. Ze hebben ook korte tijd in de Jordaan gewoond, naar verluidt aan de Egelantiersgracht 98 (in het huis met de Barmhartige Samaritaan in de gevel).

Charles Bell - Jan van Riebeeck se aankoms aan die Kaap.jpg

Van Riebeeck was in 1645 in Tonkin, het huidige Vietnam, gestationeerd, maar is vanwege ongeoorloofde privéhandel overgeplaatst naar Zuid-Afrika om een steunpunt voor de VOC te beginnen. Negentig kolonisten, waaronder acht vrouwen, leefde bij aankomst in tenten. Ze legden tuinen aan om fruit en groente te kweken voor de bemanning van de VOC-schepen. Met behulp van Eva, een Khoikhoi-meisje, dat Nederlands en Portugees leerde, hebben ze onderhandeld met de plaatselijke bevolking over de aankoop van vee. Om zich te beschermen tegen wilde dieren is er een heg aangelegd rond de nederzetting. In 1659 kon ieder schip dat de baai aandeed, van verse levensmiddelen worden voorzien.

Er is weinig persoonlijks over Maria de la Quellerie bekend. In 1661 beschreef de Franse priester Nicolas Étienne, die tien maanden in de Kaapkolonie verbleef, haar als zeer godsdienstig (uiteraard protestants), diplomatiek en erg intelligent. Naar verluidt speelde ze clavicord voor de gasten.

In 1662 werd de Kaapkolonie bewoond door 134 ambtenaren in dienst van de VOC, 35 burgers, 15 vrouwen, 22 kinderen, en 180 (Chinese?) slaven. Van Riebeeck heeft het gouverneurschap overgedragen aan Zacharias Wagener. Ze vertrokken naar Nederlands Malakka om daar orde op zaken te stellen.

Maria van Riebeeck stierf op 35-jarige leeftijd aan de pokken. Er is een gedenkplaat aangebracht in de ruïne van de St. Paul's-kerk in deze stad, ter vervanging van de originele grafsteen die in 1915 naar Kaapstad is gebracht.

Kinderen[bewerken]

Maria en Jan van Riebeeck kregen acht of negen kinderen, van wie de helft op jonge leeftijd is overleden. Abraham van Riebeeck zou gouverneur-generaal over Oost-Indië worden. Zijn zuster Anthonia van Riebeeck (Malakka, 6 november 1663) is in 1678 te Batavia gehuwd met de plaatselijke predikant Melchior Leydecker, naar wie de eerste volledige Bijbelvertaling in het Maleis wordt genoemd.

Standbeeld[bewerken]

Standbeeld van De la Quellerie in Kaapstad

Op het plein tussen de Heerengracht en Adderley Street in Kaapstad staat haar standbeeld, tegenover dat van haar echtgenoot. Het is in 1952 door de Nederlandse staat geschonken tijdens het Van Riebeeckfestival, ter herdenking van het 300ste jaar van de aankomst van Jan van Riebeeck op Kaap de Goede Hoop in 1652. Omdat niet bekend was hoe Maria eruit zag, heeft beeldhouwer Dirk Wolbers wellicht het gezicht van zijn eigen vrouw als model gebruikt. Het standbeeld is op 2 oktober 1954 door Prins Bernhard onthuld. Het beeld was toen geplaatst in de tuin van het Nationaal Kunstmuseum in Kaapstad. Koningin Julia was niet aanwezig: zij had president Malan al in 1948 laten weten dat zij Zuid-Afrika niet zou bezoeken zolang er apartheid heerste.[1]

Publicaties en externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Willem-Pieter van Ledden: Jan van Riebeeck tussen wal en schip. pag. 63