Khoikhoi

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een typische koloniale tekening met dito beschrijving:
"Een Hottentot, een Hottentotvrouw, een Kaffer, een Kaffervrouw"
(Samuel Daniell, ± 1805)

De Khoikhoi (Hottentotten) was een volk in Afrika dat woonde in het gebied van de huidige provincie West-Kaap in Zuid-Afrika, toen de Nederlandse kolonisten van de VOC onder Jan van Riebeeck Kaapstad stichtten. Verder naar het oosten, voorbij de Visrivier, woonde een ander volk: de AmaXhosa.

Taal[bewerken]

De leden van de Khoikhoi spraken de taal Khoikhoi uit de Khoisan-taalfamilie. Omdat deze talen een groot aantal zuigklanken (kliks) bezitten, werden de oorspronkelijke Kapenaren al gauw door de kolonisten Hottentotten (stotteraars) genoemd. Deze benaming wordt in het huidige Zuid-Afrika als een politiek incorrect scheldwoord beschouwd.

Leefwijze[bewerken]

In tegenstelling tot de San (of 'Bosjesmannen') die een in de verte verwante taal spraken en van jacht en verzamelen leefden, kenden de Khoi wel veeteelt. Zij hadden bijvoorbeeld schapen, maar die waren van een ras dat geen wol droeg en dus alleen voor vlees en melk gehouden werd. Zij leefden ook van visserij en strandjutten. Op sommige plekken langs de kust, bijvoorbeeld in het Nationaal park Agulhas, zijn langs het strand nog de resten te zien van bekkens die door de Khoikhoi zijn aangelegd om bij eb de erin gevangen vissen te kunnen oogsten.

Visbekkens bij Kaap Agulhas

Hoewel de streek rond Kaapstad uitstekend geschikt is voor landbouw, gebruikten de Khoikhoi het land niet voor dat doel en begrepen ze ook niet goed wat de mensen van de VOC met landbezit bedoelden. Het land was van iedereen. Hoewel de kennismaking tussen de Gorinkhoina-stam en Van Riebeeck aanvankelijk vreedzaam verliep, ontstonden er al snel moeilijkheden die op geweld uitliepen.

Geschiedenis[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie ook: Wiltoncultuur

Tegen het einde van de achttiende eeuw raakten veel Khoikhoi los van hun stamverband. Velen van hen gingen als goedkope arbeidskracht werken bij Europese boeren in de Kaapkolonie. Nadat een aantal Khoikhoi de kolonisten had geassisteerd in de strijd tegen de Xhosa, werd er in 1781 een eerste Hottentotten bataljon opgericht van 400 man sterk. De Hottentotten hebben ook met de Nederlandse VOC meegevochten in de Slag om Muizenberg.

In de verdere geschiedenis van de Kaapkolonie van de VOC trokken steeds meer kolonisten het binnenland in. Daarbij brachten ze de plaatselijke bevolking grotendeels tot slavernij op hun 'plaatsen' (uitgestrekte boerderijen). Er waren aanvankelijk nog wel als zodanig functionerende Khoikhoi-stammen, maar vooral na de pokkenepidemie van 1712 lag het uitgestrekte, maar erg droge achterland van de Kaap er grotendeels verlaten bij. De weinige overlevenden hadden niet veel andere keus dan voor de Boer te gaan werken. Daarmee stierven de Khoi-talen uit in wat nu Zuid-Afrika is; verder noordelijk, in Namibië, worden er nog een aantal gesproken.

Er zijn nu nog zo'n vier miljoen zogenaamde kleurlingen in Zuid-Afrika die zich in wisselende mate op een Khoi-afstamming kunnen beroepen. De meesten van hen hebben het Afrikaans als moedertaal.

Khoikhoi-stammen[bewerken]

Een Hottentot, 1790

Enige namen van Khoikhoi-stammen:

  • Soesequa
  • Goringchaicona
  • Hessequa
  • Gonnemas
  • Ammaqua
  • Obiqua
  • Namakwa
  • Caboequa
  • Griekwa


In Zuid-Afrika vormen de Griekwa de enige groep die anno 2003 nog bestaat. Hoewel zij al lang Afrikaans spreken, hebben zij toch altijd een zekere mate van saamhorigheid weten te bewaren en in 1997 hebben zij de Zuid-Afrikaanse regering gevraagd hen als een volk te erkennen. Dit had tevens te maken met mogelijke eisen tot teruggave van land.

In Namibië wonen nog meer dan 60.000 Nama's. Hun moedertaal Nama wordt in Namibië nog gesproken door zo'n 160.000 mensen.

Trivia[bewerken]