Metoiken

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Metoiken (Grieks: μετοικοι, eigenlijk "medebewoners") noemde men in de oude Griekse stadstaten, en met name in Athene, de residerende vreemdelingen die een eigen status hadden verworven en tot op zekere hoogte in de stedelijke gemeenschap ingeburgerd waren.

Niettemin bewaarde men steeds een grondig onderscheid met de volwaardige burgers. Zo hadden de metoiken geen politieke rechten, en zij moesten zich in voorkomend geval voor de rechtbank laten vertegenwoordigen en bijstaan door een prostates (verdediger / plaatsvervanger te kiezen uit volwaardige burgers). Ze werden wel opgetekend in de deme (= "gemeente") van hun woonplaats en moesten dientengevolge ook belasting betalen. Ze konden geen wettelijke huwelijksverbinding aangaan met vrouwen die volwaardig burgerrecht hadden, en mochten ook geen onroerende eigendommen bezitten. In het leger dienden zij in afzonderlijke eenheden.

Op die manier kwamen de metoiken terecht in de handel en de nijverheid: zij oefenden beroepen uit als koopman, makelaar, zaakvoerder, kunstenaar, aannemer van bouwwerken, bankier, enz. Dit hield in dat zij vaak hoog klommen op de maatschappelijke ladder, en fortuinen konden vergaren, zodat zij wel in aanmerking kwamen voor de sponsoring van culturele en andere projecten. Voor bijzondere prestaties konden zij bepaalde privileges verkrijgen zoals recht op eigendom, vermindering van financiële lasten, enz. (isoteleia)

Afgezien van het politieke en juridische verschil, onderscheidden de metoiken zich in geen enkel ander opzicht van de volwaardige burgers. Zij konden deelnemen aan culturele en religieuze manifestaties, gebruikmaken van de vrijheid van mening en woord, en gingen op dezelfde manier gekleed als de andere inwoners.

In Sparta hadden de perioiken (d.i. omwonenden) een vergelijkbare status.