Moby Dick (1956)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Moby Dick
Regie John Huston
Producent John Huston
Scenario Ray Bradbury
John Huston
Hoofdrollen Gregory Peck
Richard Basehart
Leo Genn
Orson Welles
Friedrich von Ledebur
Muziek Philip Sainton
Montage Russell Lloyd
Cinematografie Oswald Morris
Distributie Warner Brothers
Première 27 juni 1956
Genre Avontuur, Drama
Speelduur 116 min.
Taal Engels
Land Verenigd Koninkrijk
Budget $4,5 miljoen (geschat)
Portaal  Portaalicoon   Film

Moby Dick is een film uit 1956 van regisseur John Huston en is gebaseerd op de gelijknamige roman van Herman Melville. Huston trok zo'n drie jaar rond in Hollywood met dit filmproject alvorens Warner Brothers besloot toe te happen. Omdat het scenario geen vrouwelijke rollen of liefdesrelaties bevatte, wilde de studio een grote naam voor de rol van Ahab (Achab in het Nederlands).

Inhoud[bewerken]

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

Ishmael wil op walvissen jagen. Ondanks alle wilde verhalen die hij te horen krijgt over kapitein Ahab en diens grote rivaal, een witte potvis (tandwalvis) met de naam Moby Dick, sluit hij zich aan bij de bemanning van de "Pequod", het schip van kapitein Ahab. De eerste dagen krijgt de bemanning de kapitein nooit te zien. Maar zodra ze Ahab leren kennen, merken ze dat alle geruchten waar zijn. Kapitein Ahab, een oude man die getroffen werd door de bliksem en z'n been verloor aan Moby Dick, wil slechts één ding: de beruchte witte potvis doden.

Ahab spoort de zeelui aan en is bereid hen rijkelijk te belonen als ze hem helpen bij het vinden van Moby Dick. Maar de inzet van de mannen lijkt al gauw niet zo groot als de haat die Ahab drijft. De kapitein heeft geen angst en is bereid over lijken te gaan om z'n doel te bereiken. De tragedie bereikt een hoogtepunt en een dodelijke confrontatie tussen Ahab en Moby Dick blijft niet langer uit.

Trivia[bewerken]

  • John Huston wilde aanvankelijk zijn vader Walter Huston voor de rol van kapitein Ahab. Maar omdat de productie van de film lang bleef aanslepen, stierf zijn vader nog voor de opnames van start gingen.
  • Ook Orson Welles was een optie voor de rol van Ahab. Uiteindelijk ging de rol naar Gregory Peck en kreeg Welles een andere rol in de film.
  • Vele critici vonden Gregory Peck een slechte keuze en ook Peck zelf vond zichzelf te jong om de oude zeerot te spelen.
  • Orson Welles had tijdens de opnames last van plankenkoorts en dus liet de regisseur in het decor een fles cognac verstoppen om de acteur te helpen tijdens zijn scene.
  • De opnames vonden plaats in 1954, maar de film kwam pas uit in 1956.