Moby-Dick (boek)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Moby-Dick
Titelpagina van de eerste editie van Moby-Dick, 1851
Titelpagina van de eerste editie van Moby-Dick, 1851
Oorspronkelijke titel The Whale
Auteur(s) Herman Melville
Vertaler o.a. Emy Giphart, Helen Knopper, Barber van de Pol
Land Verenigde Staten
Taal Engels
Onderwerp Walvisvaart
Genre Avontuur
Uitgever VS: Harper, VK:Richard Bentley
Uitgegeven VS: 18 oktober 1851, VK: november 1851
Medium Print (Hardback en Paperback)
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

Moby-Dick; or, The Whale (1851) is een boek van de Amerikaanse schrijver Herman Melville, genoemd naar een ongewoon grote en agressieve witte potvis die in het boek een centrale rol speelt.[1] Deze potvis zou zoveel rampen hebben veroorzaakt voor de walvisvaarders dat het dier uitgroeide tot een mythe. De roman betekende het einde van Melvilles reputatie als populair auteur en verkreeg pas na 1920 bekendheid.

Het boek maakt gebruik van gestileerde taal, humor, metaforen en symboliek om meerdere thema’s aan te snijden, zoals sociale status, het concept van goed en kwaad, en de vraag omtrent het wel of niet bestaan van goden.

Situering binnen Melvilles werk[bewerken]

Met het enorme succes van zijn eerste boeken, Typee (1846) en Omoo (1847), werd Melville beroemd (als 'de man die met kannibalen leefde.') Hij schreef nog drie boeken - Mardi (1849), Redburn (1849), en White-Jacket (1850) - voor het ontstaan van zijn meesterwerk Moby Dick, een roman die lezers niet alleen verkeerd begrepen maar ook minachtten. Na het publiceren van een nog meer onpopulair boek, Pierre (1852), wendde Melville zich tot het schrijven van korte verhalen. Ook twee volgende romans, Israel Potter (1855) en The Confidence-Man (1857) flopten. Melville gaf het professioneel schrijven op. In 1863 verhuisde hij met zijn gezin naar New York, waar hij negentien jaar doorbracht als douane-inspecteur en zich beperkte tot het schrijven van poëzie.

Verhaal[bewerken]

Moby Dick

De verteller is Ishmael, een leraar die zijn leven in Massachusetts heeft achtergelaten en naar Nantucket gaat om daar over te stappen op het bevlogen bestaan op zee. Hij beschrijft de tocht van de Pequod, een walvisvaarder onder het gezag van de bezeten kapitein Ahab. Ishmael onderneemt de reis met een vriend die hij in de haven van New Bedford heeft ontmoet, de zwaar getatoeëerde harpoenier Queequeg.

Ahab maakt op Ishmael al vanaf het begin een vreemde indruk. Hij is nergens te bekennen als de rest van de bemanning inscheept en tijdens het eerste deel van de reis verlaat hij bijna nooit zijn hut. Wanneer Ahab zichzelf eindelijk vertoont, is Ishmael duidelijk geïntimideerd door zijn uiterlijk. Wat opvalt is dat Ahab een been mist, wat hij heeft vervangen door een kunstbeen gemaakt van potvisbot. Ishmael ontdekt dat Ahab op jacht is naar een specifieke witte potvis; Moby Dick. Deze walvis heeft er ooit voor gezorgd dat Ahab zijn been verloor. Hij is vastbesloten het beest te vinden en laat zich door niets of niemand tegenhouden. Omdat Ahab wel begreep dat de eigenaren van de Pequod walvissen wilden bejagen voor de winst in plaats van voor wraak, heeft Ahab in het geheim zijn eigen crew mee aan boord genomen. Een van hen is de mysterieuze harpoenier Fedallah.

Tijdens de reis ontmoet de Pequod verschillende andere schepen, waarmee de bemanning vaak ervaringen met Moby Dick uitwisselt. Uiteindelijk komt de Pequod de potvis op het spoor en zet de achtervolging in. Drie dagen lang achtervolgt het schip de potvis, die overal waar hij komt vernielingen aanricht. Fedallah komt om bij een mislukte poging Moby Dick te harpoeneren. Starbuck, de eerste stuurman, blijft proberen Ahab om te praten van zijn wraak af te zien, daar het moedwillig volgen van Moby Dick het schip en de bemanning alleen maar schade zal toebrengen. Ahab houdt echter voet bij stuk en gaat persoonlijk in een sloep de zee op om Moby Dick te harpoeneren. Het touw van de harpoen wikkelt zich echter om Ahabs nek en hij wordt door de potvis mee de diepte ingetrokken. Het moederschip zelf wordt door Moby Dick geramd en zinkt in een draaikolk. Alleen Ishmael overleeft dit voorval.

Achtergrond[bewerken]

Structuur en thematiek[bewerken]

Melville schreef Moby-Dick tijdens een periode dat de Amerikaanse literatuur een grote groei kende.

De roman was aanvankelijk opgezet als een vrij waarheidsgetrouw, maar gefictionaliseerd verslag van Melvilles eigen ervaringen op walvisvaarders tussen 1841 en 1842. Deels was het ook gebaseerd op het ware verslag van de getorpedeerde walvisvaarder Essex. Toen hij de roman aan het schrijven was, maakte Melville echter kennis met de auteur Nathaniel Hawthorne, en die kennismaking inspireerde hem ertoe de thematiek van de roman grondig te wijzigen. Niet langer was het louter het verslag van een heroïsche jacht op een witte walvis: nu kwamen ook metafysische thema's aan de orde (de onkenbare werkelijkheid, een onverschillige Schepper), en de spirituele ontwikkeling van de zeelieden komt op de voorgrond.

De vertelinstantie verandert in de loop van het verhaal. Aanvankelijk volgt men het verhaal door de ogen van het personage Ishmael, maar in de loop van het boek treedt daar een alwetende verteller voor in de plaats. Ook wordt de eenbenige kapitein Ahab ingevoerd, die een steeds prominentere rol gaat spelen en het middelpunt wordt van verbazingwekkende avonturen.

De structuur van het boek vertoont de sporen van Melvilles koerswijziging, en er valt veel op die structuur aan te merken. Niettemin wordt het boek beschouwd als een van de grote romans uit de wereldliteratuur.

Verwantschap en verwijzingen[bewerken]

Afbeelding van de walvisvaart uit het boek Captain Cook's First, Second, Third and Last Voyages

De roman vertoont thematische verwantschap met de klassieke en moderne literatuur zoals Oedipus en Dante Alighieri's Divina Commedia en tevens met de Bijbelboeken Jona (over de man die door een walvis werd opgeslokt) en Job (over de man die vragen stelde naar het wezen van de Schepper en de schepping en over de man die als enige een ramp overleefde en kon vertellen wat er gebeurd was). Belangrijk is ook de naamgeving van de hoofdpersoon Ahab als verwijzing naar de oudtestamentische koning Achab die zich verzette tegen God. De verteller Ishmael is genoemd naar de zoon van Abraham en de slavin Hagar: zijn naam betekent veelzeggend "God luistert".

Personages[bewerken]

Ahab bevecht Moby Dick
Moby Dick
De witte potvis waar het verhaal om draait. Hij staat bekend als een uitzonderlijk agressief dier dat al vele schepen heeft aangevallen en onder andere Ahab zijn been heeft afgebeten. Hij wordt vaak gezien als een symbool voor de zee, de natuur, het noodlot en zelfs God.
Ishmael
de verteller van het verhaal. Hij vertelt bij aanvang van het boek aan de lezer dat hij het zeeleven opzocht omdat hij zich vervreemd voelde van de menselijke samenleving. Hij wordt tegenwoordig vaak gezien als toonbeeld van sociale buitenbeentjes in verhalen, zoals wezen en verbannen mensen.
Ahab
De kapitein van de Pequod. Hij staat bekend als een tiran met een enorme obsessie voor zijn wraak op Moby Dick. Er is maar weinig bekend over zijn leven voor hij Moby Dick voor het eerst ontmoette, behalve dat hij op zijn 18e begon met jagen op walvissen en ten tijde van het verhaal al 40 jaar in het vak zit. Ahab vertoont veel kenmerken van de typische tragische held; hij is op zich geen slecht mens, maar heeft een slechte eigenschap die hij niet kan overwinnen en hem uiteindelijk fataal wordt.
Starbuck
de jonge eerste stuurman van de Pequod. Van hem is enkel bekend dat hij getrouwd is en een zoon heeft. Van alle bemanningsleden is hij het meest tegen het feit dat Ahab Moby Dick enkel wil opjagen uit wraak, daar volgens hem Moby Dick niks te verwijten valt daar dieren geen besef hebben van rede. Zijn pogingen Ahab om te praten zijn tevergeefs.
Stubb
tweede stuurman
Fleece
de scheepskok
Pip
de scheepsjongen
Queequeg
een goede vriend van Ishmael. Hij komt van het fictieve eiland Kokovoko in de Zuidzee en is de zoon van de hoofdman van een kannibalenstam. Hij wordt omschreven als een personage dat tussen de beschaving en “wilden” invalt.
Fedallah
een harpoenier die door Ahab aan boord is gehaald om hem te helpen bij de jacht op Moby Dick. Hij is van Perzische afkomst. Hij kan net als Ahab erg intimiderend overkomen en wordt door de bemanning zelfs gezien als de duivel in de gedaante van een mens.

Bewerkingen en vertalingen[bewerken]

Nederlandstalige vertalingen[bewerken]

  • Moby Dick, of De witte walvisch, vertaald door J.F. Werumeus Buning, Amsterdam: Querido, 1929.
  • Moby Dick, of De witte walvisch, idem (bekort door A. Verbraeck), 's-Gravenhage: Nederlandsche boekenclub, 1930.
  • Moby Dick of De walvis, vertaald door S. Westerdijk, Utrecht: Het Spectrum, 1979 (Klassieken).
  • Moby Dick, of De walvis, vertaald door Helen Knopper, Bussum: Van Holkema & Warendorf / Antwerpen: De Standaard, 1981.
  • Moby Dick, vertaald door Barber van de Pol, Amsterdam: Athenaeum-Polak & Van Gennep, 2008 (Perpetua reeks).

Romans[bewerken]

  • Ed Franck, 1995 Moby Dick (Altiora Averbode)

Beeldromans: (Graphic novels):

Films[bewerken]

Televisie[bewerken]

Overig[bewerken]

Moby Dick is meerdere malen bewerkt voor radio en toneel, zoals:

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Die walvis heette Moby Dick, doorgaans zonder koppelteken geschreven. Dat streepje komt in de titel vaak wél voor, doordat dat in 19e-eeuwse boektitels gebruikelijk was.
  2. IMDb link
  3. IMDb link
  4. IMDb link
  5. IMDb link
  6. IMDb link
  7. 2010: Moby Dick at the IMDB
  8. 2011: Age of the dragons at the IMDB