Noodzakelijkheid

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Noodzakelijkheid is een logische modale kwalificatie die de aanwezigheid van een subject in alle mogelijke werelden betekent; het is het absolute tegendeel van onmogelijkheid en de afwezigheid van contingentie. Eenvoudig gesteld noemt men in wetenschappelijk en filosofisch taalgebruik iets "noodzakelijk" als het tegengestelde onmogelijk is, en dit zowel voor logische als fysische objecten.

Mogelijke werelden[bewerken]

Het begrip wordt in de analytische filosofie uitgewerkt in de theorie van de mogelijke werelden (of: mogelijke situaties). Voor iedere contingente stand van zaken in de actuele wereld bestaan één of meerdere mogelijke werelden waarin die stand van zaken niet het geval is, terwijl voor iedere noodzakelijke stand van zaken geen mogelijke werelden bestaan waarin de stand van zaken niet het geval is. Bij onmogelijke standen van zaken zijn er geen mogelijke werelden waarin de stand van zaken het geval is, inclusief de actuele wereld.

Er zijn twee soorten mogelijkheid: reële mogelijkheid en irreële mogelijkheid. Een reële mogelijkheid is een geactualiseerde mogelijke wereld en betekent daarom vooral niet noodzakelijk, terwijl een irreële mogelijkheid niet actueel is en vooral niet onmogelijk betekent.

Kant en Kripke[bewerken]

De Duitse filosoof Immanuel Kant relateerde in zijn Kritik der reinen Vernunft noodzakelijkheid exclusief aan apriori: alle wiskundige en logische (ofwel: apriorische) waarheden zijn volgens hem noodzakelijk waar, terwijl alle empirische oordelen (noodzakelijkerwijs) contingent zijn. De Amerikaanse filosoof Saul Kripke bestreed deze opvatting in Naming and Necessity: volgens hem bestaan er zowel uitspraken die apriori en contingent zijn, en uitspraken die empirisch en noodzakelijk zijn. Hiermee introduceert hij feitelijk opnieuw het onderscheid tussen modaliteit de re en modaliteit de dicto, ofwel de facto en de jure.

Formele notatie[bewerken]

In de formele logica wordt noodzakelijkheid als volgt uitgedrukt:

  • \Box{ p}

Waarbij het eerste symbool (het "vierkantje") de noodzakelijkheid uitdrukt en het tweede symbool ("p") de propositie waarop de noodzakelijkheid betrekking heeft.

Zie ook[bewerken]