Northwest Airlines-vlucht 255

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Northwest Airlines-vlucht 255 crashte tijdens het opstijgen op 16 augustus 1987, omdat de piloten de flaps en slats niet hadden uitgeklapt. Het ongeluk legde gebreken van checklists en het takeoff configuration warning system bloot.

Vlucht[bewerken]

Het betrokken vliegtuig was een McDonnell Douglas MD-82 N312RC. Aan boord waren 149 passagiers en 6 crewleden. Het werd bestuurd door gezagvoerder John R. Maus (57) en co-piloot David J. Dodds (35). De vlucht was vertrokken vanaf Minneapolis-Saint Paul International Airport in Minneapolis, had een tussenstop gemaakt op Tri-City Airport in Saginaw, stond nu op Detroit Metropolitan Wayne County Airport in Romulus, waarna het via Sky Harbor International Airport in Phoenix naar John Wayne Airport in Orange County zou vliegen.

Crash[bewerken]

De vlucht zou met een half uur vertraging opstijgen in slechte weersomstandigheden vanaf startbaan 21L (left). Vanwege een plotselinge verandering van windrichting wijst de luchtverkeersleiding vlucht 255 echter op het laatste moment een andere startbaan toe: startbaan 3C. Vliegtuigen moeten altijd tegen de wind in opstijgen om zoveel mogelijk liftkracht (draagkracht) te genereren.

De vliegtuigbemanning raakt gedesoriënteerd en verliest een extra kwartier tijdens het zoeken naar de startbaan. Ze staan onder stress en moeten een hoop verschillende handelingen verrichten, zoals het opnieuw controleren of de startbaan berekend is op het gewicht van het vliegtuig. De crew vergeet de taxi-checklist uit te voeren, één van de checklists met stappen die vóór het vertrekken doorlopen moeten worden. Op die lijst staat onder meer het uitlaten van flaps en slats, uitschuifbare onderdelen waarmee het vleugeloppervlak uitgebreid kan worden, zodat het vliegtuig meer liftkracht heeft. Het is een essentiële stap om veilig op te kunnen stijgen.

De piloten stijgen op met ingeklapte flaps. Het vliegtuig komt los van de grond, maar wint geen hoogte. Het helt naar links, raakt een lichtmast en belandt ondersteboven op een autoweg, waar het uiteenspat en in brand vliegt. Meer dan een kilometer aan wegdek is bezaaid met brokstukken.

Slachtoffers[bewerken]

Alle inzittenden van het vliegtuig komen om, op één meisje na: de vierjarige Cecelia Cichan. Ze raakt zwaargewond, maar overleeft. Op het wegdek komen twee automobilisten om; vijf andere raken gewond.

Nasleep[bewerken]

Het Amerikaanse National Transportation Safety Board onderzoekt het ongeval en legt de schuld bij de bemanning die de taxi-checklist had moeten uitvoeren en de flaps had moeten uitklappen. De bevindingen hieromtrent indiceren dat checklists en hun opbouw niet optimaal zijn. Bemanningsleden kunnen niet zien bij welke stap ze zijn. Als het doorlopen van een lijst wordt onderbroken, bestaat het risico dat stappen of checklists worden overgeslagen.

Daarnaast hadden de piloten een geluidswaarschuwing moeten krijgen van het takeoff configuration warning system toen ze probeerden op te stijgen. Dat gebeurde niet, doordat de P-40 circuit breaker (een elektrische schakelaar die het geluidswaarschuwingssysteem Central Aural Warning System (CAWS) van stroom voorziet) niet functioneerde. Hoe dat kwam, valt niet te achterhalen, doordat de schakelaar te ernstig beschadigd is. Het is echter mogelijk dat de piloten de schakelaar doelbewust hadden uitgeschakeld, omdat het takeoff configuration warning system dikwijls valse meldingen afgeeft wanneer piloten nog helemaal niet aan het opstijgen zijn.

Exact dezelfde problemen leiden een jaar later tot de crash van Spanair-vlucht JK 5022.