Welvingsklep

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Vleugel van Airbus A340 met welvingskleppen (flaps) gedeeltelijk omlaag.

Een welvingsklep (Engels: flap) is een uitschuifbaar of verstelbaar deel van een vleugel van een vliegtuig, dat het oppervlak van een vleugel of het vleugelprofiel kan veranderen, waardoor de liftkracht (draagkracht) wordt vergroot of verkleind.

Bij het opstijgen en het landen worden de welvingskleppen uitgeschoven of omlaag gezet, waardoor de draagkracht groter wordt en het vliegtuig met een lagere snelheid kan vliegen zonder dat het overtrekt (Engels: "to stall").

Als het vliegtuig al redelijk op snelheid is worden de welvingskleppen weer ingeschoven of gelijk gezet met het normale vleugelprofiel. De draagkracht wordt dan wel meer verkleind, maar de luchtweerstand wordt juist minder. Zo kan het vliegtuig sneller en met een lager brandstofverbruik zijn bestemming halen. Welvingskleppen kunnen bijna altijd in verschillende gradaties ingesteld worden. Dat wordt gemeten in graden.

Bij sommige taildraggers (vliegtuigen met 2 wielen voor en 1 klein wiel achter) worden de welvingskleppen, afhankelijk van de wind, vrijwel direct na de landing ingetrokken om zo veel mogelijk lift weg te halen.

Voordelen[bewerken]

  • Het vliegtuig kan met een lagere snelheid vliegen, opstijgen en landen waardoor een kortere start/landingsbaan nodig is.
  • De invalshoek wordt kleiner waardoor de vliegers een beter zicht hebben op de landingsbaan.
  • De luchtweerstand van het vliegtuig wordt vergroot door het selecteren van de flaps, zodat het sneller kan dalen.

Soorten[bewerken]

Flaps en Slats uitgeklapt (bij een Airbus A300)

Er zijn twee verschillende soorten welvingskleppen:

  • Flap(s), welvingskleppen aan de achterzijde van de vleugel.
  • Slat(s), (ook wel genoemd "Leading edge flap") een welvingsklep aan de voorkant van de vleugel met hetzelfde doel, het vleugelprofiel veranderen om met een lagere snelheid te kunnen vliegen.

Zie ook[bewerken]