Numerieke apertuur
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
De numerieke apertuur (AN) van een microscoopobjectief is een dimensieloos getal dat aangeeft onder welke uiterste hoeken licht opgevangen of uitgestraald wordt.
Algemeen[bewerken]
Meestal wordt de numerieke apertuur gedefinieerd als (1973, Ernst Abbe):
Met
- n de brekingsindex van het medium waarin de lens zich bevindt (1,0 voor lucht, 1,33 voor water, 1,56 voor olie)
- θ de grootste invalshoek ten opzichte van de normaal (loodrechte door het lensoppervlak)
Belang[bewerken]
Deze waarde bepaalt het scheidend vermogen van de lens (resolutie):
Met
- λ de golflengte van het gebruikte licht.
Voorbeelden[bewerken]
In lucht wordt AN dus nooit groter dan 1.
- droog (lucht): AN = 1 x sin 72° = 0,95
Door gebruik te maken van immersie-olie kan dit wel.
- immersie-olie: AN = 1,515 x sin 67° = 1,4
Hierbij volstaat dus een minder sterke lens.

