Odrysische koninkrijk

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Odrysische koninkrijk in de 4e eeuw v.Chr.

Het Odrysische koninkrijk was een staat op Thracisch grondgebied gesitueerd in het huidige Bulgarije. Het koninkrijk kende zijn hoogtepunt in de 5e en 4e eeuw vóór onze tijdrekening.

De opkomst en de machtsuitbreiding van de Thracische stam van de Odrysen situeert zich aan het einde van de 6e, begin van de 5e eeuw v.Chr. Hun territorium volgde de bedding van de rivier Toendzja, vanaf haar bron in de Balkan ten noordwesten van het huidige Kazanlak tot haar monding in de Maritsa nabij Edirne (Adrianopolis) in Europees-Turkije. Het liep verder langs de Maritsa tot haar monding in de Egeïsche Zee.

Geschiedenis[bewerken]

Als stichter van het grote koninkrijk van de Odrysen wordt Teres vermeld. Teres maakte gebruik van de aftocht van de Perzen om de grenzen van zijn rijk in het noorden uit te breiden tot de benedenloop van de Donau. Hij sloot daartoe een vredesovereenkomst met de Scythische koning Ariapeithes. De Odrysen deelden door het tot stand komen van de Eerste Attische Zeebond (478 v.Chr.) hun invloed met Athene, op het ogenblik dat de Griekse stadstaat het hoogtepunt van zijn macht bereikte.

Siltakes, de jongste zoon van Teres, besteeg de troon omstreeks 445 v.Chr. Volgens Herodotus werd de grens tussen het Scythische rijk en het Odrysische rijk officieel vastgelegd in de delta van de Istros. Toen de noordelijke grens vastlag richtte Siltakes zich naar het zuidwesten met de zekerheid van een koning die de controle over de Egeïsche steden deelt met Athene. Vanaf de jaren 30 van de 5e eeuw was de koning van de Odrysen een felbegeerde partner zowel voor Sparta als voor Macedonië. Siltakes verkoos evenwel zijn bondgenootschap met Athene. Hij had zijn zoon Sadocus het Atheense burgerrecht laten verlenen.

Seuthes I volgde Siltakes op omstreeks 424 v.Chr. Onder zijn bewind dienden de Helleense kuststeden heel wat meer belastingen en tributen te betalen. De jaarlijkse opbrengst ervan bedroeg zo’n 400 talenten (400x26 kg) goud en zilver.

Amadocus volgde omstreeks 407 v.Chr. Seuthes I op. Hij liet zilveren en bronzen munten slaan in het Egeïsche Maroneia. Deze koning dankt zijn bekendheid aan de geschiedschrijver Xenophon die het relaas neerpende van zijn veldtocht aan de zijde van zijn veldheer Seuthes (ook Seuthes II genoemd).

De volgende op de Odrysische troon is Hebriselmes (386/385-383/382). Van hem is geweten dat hij onderhandelingen voerde met Athene omtrent de controle over de Thracische Chersoneus. Hij streefde naar expansie in de zuidwestelijke richting en probeerde de controle over de havens te verwerven door Athene terug te dringen uit dit gebied.

Dezelfde politiek volgde zijn opvolger Kotys I (383/382-359). Als officieel bondgenoot van Athene ontving hij politieke en financiële steun. Hij wist zijn belangen in het Thracische zuidwesten veilig te stellen.

Begin 356 v.Chr. besteeg Philippus II de troon van Macedonië. Toen hij aanstuurde op een ontmoeting met Kothys I liet Athene de Thracische koning vermoorden.

Na de dood van Kothys werd het koninkrijk van de Odrysen verdeeld onder drie vorsten: Kersobleptes, Amodocus II en Berisades. Deze verbrokkeling van het rijk maakte het Philippus II makkelijk zijn expansieplannen uit te voeren. Vanaf 347 begonnen de Macedoniërs een langdurige veldtocht in het oosten en het noordoosten. In 342 v.Chr. dwongen zij na een grootschalige militaire operatie de Thraciërs tot overgave.

Philippus' zoon Alexander de Grote (356-323) had dezelfde ambities als zijn vader. Begin 334 riep hij Thracië uit tot Macedonisch grondgebied en plaatste een veldheer aan het hoofd. Het Macedonisch gezag was in Thracië evenwel zwak vooral ten gevolge van de oorlog in Perzië welke zware kosten voor Macedonië meebracht. Ook het verzet van de Thracische koningen speelde een rol.

Seuthes III slaagde er in de jaren 330-320 v.Chr. in het koninkrijk van de Odrysen gedeeltelijk in zijn oude staat te herstellen. Hij knopte politieke en diplomatieke betrekkingen aan met Athene, bracht een groot leger op de been en nam het in 322 v.Chr. op tegen Lysimachos die na de dood van Alexander Thracië had toebedeeld gekregen. De hoofdstad van Seuthes III was Seuthopolis niet ver van het huidige Kazanlûk. Zijn naam en die van zijn familieleden staan vermeld op een inscriptie die in Seuthopolis werd ontdekt .

Tussen 277 en 214 v.Chr. ontstond een Keltisch koninkrijk in Thracisch gebied. De hoofdstad Tyle kon tot nu toe niet gelokaliseerd worden.

Literatuur[bewerken]

Kiril Iordanov Grondbegrippen van de politieke geschiedenis van de Thracische staat in 'Goud van de Thraciërs', catalogus van de tentoonstelling Europalia Bulgarije 2002, Brussel.