Omerta (maffia)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zie het artikel Omerta is tevens de titel van een populair online maffiaspel. Zie daarvoor Omerta (MMORPG).

De omerta (in het Italiaans 'omertà') is de geheimhoudingsplicht in de erecode van de Italiaanse georganiseerde misdaad, zoals de Siciliaanse maffia, de Napolitaanse camorra of de Calabrese 'ndrangheta. Deze geldt voor de maffialeden zelf, maar ze wordt veelal ook verwacht van buitenstaanders en potentiële getuigen van maffiamisdrijven. Buiten de georganiseerde misdaad wordt de term wel gebruikt voor het hardnekkig zwijgen over dopinggebruik in het wielrennen. Spijtoptanten (personen die de omerta verbreken) worden ook wel pentiti genoemd. Zij moeten rekening houden met dodelijke vergeldingsacties.

Joe Valachi was de eerste persoon die het waagde de omerta te doorbreken, toen hij openbaar over het bestaan van de maffia sprak. Hij deed dit voor het toenmalige Amerikaans Congres. Sindsdien zijn meer leden hem gevolgd zoals Henry Hill, Jimmy Fratianno beter bekend als Jimmy the Weasel, en Tommaso Buscetta. Buscetta voelde zich verraden door maffiabaas Toto Riina en gaf veel maffiageheimen door aan onderzoeksrechter Giovanni Falcone. Door de getuigenissen van Buscetta wist Falcone via een megaproces een hoop kopstukken van de maffia achter de tralies te laten verdwijnen. Giovanni Falcone werd vervolgens door de maffia vermoord vanwege het overtreden van de omerta.

Etymologie[bewerken]

Volgens de Oxford English Dictionary vindt dit woord zijn oorsprong in het Spaanse hombredad (mannelijkheid) dat op zijn beurt weer afkomstig is van het Siciliaanse omu (man). Een andere theorie beweert dat het afkomstig is van het Latijnse humilitas (nederigheid), dat vervormd werd tot umirtà en uiteindelijk omertà. Hoewel dit laatste wordt tegengesproken door de eerste parlementaire commissie Antimafia van het Italiaans parlement.[1]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. (it) Relazione conclusiva, Commissione parlamentare d’inchiesta sul fenomeno della mafia in Sicilia, Rome 1976, p. 106