Omslagstelsel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Omslagstelsel (in België omschreven met de term repartitiestelsel) is pensioenterminologie waarin pensioenen worden betaald uit de lopende premieontvangsten. In een omslagstelsel is er dus geen opbouw van pensioenvermogen. Het omslagstelsel houdt een zeer grote mate van solidariteit in, waardoor het vooral in landen met een sterk socialistisch verleden als België, Spanje, Portugal en Frankrijk gezien wordt als een verworvenheid van de klassenstrijd. Het omslagstelsel is echter gevoelig voor demografische veranderingen: als de bevolking vergrijst verandert de verhouding tussen gepensioneerden en werkenden. Werkenden moeten meer gepensioneerden onderhouden, dus de premie moet stijgen of de pensioenuitkeringen moeten worden gekort. Landen met een omslagstelsel lossen dit in veel gevallen tijdelijk op door de pensioenverplichtingen uit de algemene middelen bij te springen, maar ook deze algemene middelen moeten uiteindelijk worden opgebracht door de belastingbetaler.

De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling heeft berekend dat tussen 2013 en 2035 in de meeste landen een vergrijzingsgolf zal plaatsvinden. Omslagsystemen zijn hier niet tegen bestand. Critici bestempelen zulke systemen soms als een piramidespel (ook: ponzifraude). Ponzi was een oplichter die, om beleggers hun zogenaamde winst uit te keren, het geld van nieuwe beleggers gebruikte. Zo'n model stort in wanneer er onvoldoende nieuwe beleggers toestromen om de eersten te vergoeden. Er wordt wel eens gezegd dat pensioensystemen, die niet gebaseerd zijn op kapitalisatie maar op omslag of repartitie (unfunded pensions) eigenlijk neerkomen op een soort ponzifraude. De kritiek op het omslagstelsel heeft meer te maken met een ideologie dan met de werkelijkheid. Het omslagstelsel herverdeelt de welvaart tussen de werkenden en de gepensioneerden.

Bij een dalende actieve bevolking kan een kapitalisatiestelsel zich enkel handhaven door beleggingen in het buitenland. In het andere geval is het even gevoelig aan de evolutie van de demografie.

De behoeften aan uit te betalen pensioenen zijn in beide systemen identiek. Wat critici ook mogen zeggen, de uitbetalingen van de pensioenen kan enkel maar ten gevolge van de meerwaarde gecreëerd op dat ogenblik. De creatie van reële meerwaarde gebeurt enkel ten gevolge van arbeid. En arbeid tenslotte wordt verricht door de actieve bevolking van het ogenblik.

In sommige landen vinden pensioenhervormingen plaats, die de pensioenbelofte verkleinen. Andere landen zijn een demografische reserve aan het aanleggen: een reservefonds, gevoed uit de overheidsbudget, waarvan de investeringsopbrengst en het gespaarde kapitaal de premie politiek aanvaardbaar moet houden Hoewel het omslagstelsel gevoelig is voor demografische veranderingen, is het niet gevoelig voor ontwikkelingen op de financiële markten. Bij het kapitaaldekkingsstelsel (in België omschreven met de term kapitalisatiestelsel) is dat precies omgekeerd. Uit oogpunt van risicoverkleining is er een opvatting dat men het beste een pensioensysteem kan hebben dat zowel een stuk omslagstelsel als een stuk kapitaaldekkingsstelsel in zich heeft.

Depositogarantiestelsel[bewerken]

In Nederland is ook het depositogarantiestelsel een omslagstelsel. Als een bank in Nederland failliet gaat, dan krijgen de rekeninghouders van De Nederlandsche Bank een uitkering krachtens het depositogarantiestelsel, wat naar rato van de bedrijfsomvang wordt verhaald op de andere banken. Vervolgens hebben de banken een vordering op de failliete boedel.

De andere banken moeten hiermee de facto opdraaien voor het bedrag van de uitkeringen vanwege het depositogarantiestelsel, in zoverre dat bedrag niet op de failliete boedel kan worden verhaald.