Oost-Pommers

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het Oost-Pommers, ook wel Achter-Pommers (Duits: Hinter-Pommersch), is een oostelijk dialectvariant van het Nederduits, die vroeger werd gesproken in Pommeren ten oosten van de stad (Stettin), sinds 1945 Szczecin. Deze taal werd door 13de eeuwse kolonisten uit westelijker streken meegenomen en gangbaar onder de gehele Pommerse bevolking, hoewel het Slavisch van de oorspronkelijke bevolking als een substraat in een reeks archaïsche woorden bewaard bleef, vooral in de meest oostelijke gebieden waar het Slavisch pas in de loop van de 18de en 19de eeuw uitstierf. Zie Oostkolonisatie. Na het einde van de Tweede Wereldoorlog werd vrijwel de gehele bevolking, en daarmee dus ook de sprekers van het Oost-Pommers, uit Achter-Pommeren naar het westen verdreven, waar ze soms dialecten van hun nieuwe omgeving maar meer nog dan ze in het geboortestreek gewend waren geweest juist het Hoogduits als dagelijkse omgangstaal overnamen. Zie Verdrijving van Duitsers na de Tweede Wereldoorlog. Het Oost-Pommers is nu vrijwel uitgestorven. Alleen in Brazilië spreken de ouderen in de kolonies van Pommerse immigranten, in de staten Espírito Santo, São Paulo en Paraná, het dialect nog.

Het Oost-Pommers kent de volgende dialecten:

  • Westhinterpommersch
  • Osthinterpommersch
  • Bublitzisch
  • Pommerellisch, waarin meer dan in de andere dialecten Slavische taalvormen bewaard waren gebleven.