Paardenkastanjemineermot

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Paardenkastanjemineermot
Cameraria ohridella 8419.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Arthropoda (Geleedpotigen)
Klasse: Insecta (Insecten)
Orde: Lepidoptera (Vlinders)
Familie: Gracillariidae
Geslacht: Cameraria
Soort
Cameraria ohridella
Deschka & Dimic, 1986
Schade aan een paardenkastanje door de paardenkastanjemineermot
Schade aan een paardenkastanje door de paardenkastanjemineermot
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Insecten

De paardenkastanjemineermot (Cameraria ohridella) is een vlinder uit de familie Gracillariidae. De rups leeft uitsluitend van de witte paardenkastanje.

De ongeveer 5 mm grote vlinder komt oorspronkelijk waarschijnlijk uit Azië en werd in 1985 voor het eerst in Europa aangetroffen. Voor 1985 was de vlinder nog niet beschreven in de literatuur.

Sinds zijn ontdekking in 1985 Macedonië heeft de kastanjemineermot zich over Europa verspreid. De soort is in 1998 voor het eerst in Nederland aangetroffen. De larve leeft van bladmoes waardoor er bruine vlekken aan de bladeren ontstaat en deze kunnen afsterven.[1] In het meest ernstige geval kunnen bomen eind juni al hun bladeren al kwijt zijn.

De vlinder is in staat te overleven bij temperaturen tot wel -23°C. In warmere omstandigheden kan de vlinder wel in zes generaties per jaar voorkomen. Natuurlijke vijanden van de vlinder zijn parasiterende wespen. Maar omdat slechts enkele soorten deze rupsen parasiteren heeft de rups nagenoeg geen natuurlijke vijanden. Verder doen mezen, zoals de pimpelmees zich tegoed aan de larven, maar eten er niet genoeg van om het tij te keren.

Sinds 2001 is een EU project, CONTROCAM ("Control of Cameraria") gestart om de gevolgen van de vlinder voor de natuur te voorspellen en bestrijdingsmethodes voor te stellen.

Kenmerken[bewerken]

De voorvleugels zijn koperkleurig met een metaalglans, met aan de basis twee korte witte lengtestrepen met daar achter twee zwartgerande dwarsbanden en aan de punt drie of vier schuine strepen. De vleugelpunt is afgerond en heeft franjes.

De rups is plat, gelig of wittig en is duidelijk ingeknepen tussen de segmenten. De rups leeft onder de bovenhuid van het blad in een ronde ruimte die hij heeft uitgegeten uit het bladmoes, en deze is in het midden bruin als gevolg van de vloeibare uitwerpselen.[2]

Levenscyclus[bewerken]

De paardenkastanjemineermot kan wel drie of vier generaties per jaar hebben.[2]

Begin mei worden de eitjes op de bovenzijde van het blad afgezet en na enkele weken komen deze uit. De larven vreten van binnenuit alle bladmoes tussen beide bladopperhuiden weg. De larven verpoppen zich in het blad. de poppen komen, bij zonnig weer, na twee weken uit. In Nederland komen twee volledige generaties per jaar voor. De derde generatie overwinterd als pop in het afgevallen blad.[1]

Verspreiding van de Paardenkastanjemineermot door Europa[bewerken]

Bronnen[bewerken]

  1. a b , Stadsbomen Vademecum 3C, IPC Groene Ruimte, Arnhem, 2007
  2. a b Bellmann, Heiko, Der neue Kosmos Schmetterlingsfuerer, Franckh-Kosmos Verlags GmbH, Stuttgard, 2003

Externe links[bewerken]