Paasopstand

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Paasopstand
Onderdeel van de Eerste Wereldoorlog
Uitroeping van de Republiek, Pasen 1916
Uitroeping van de Republiek, Pasen 1916
Datum 24 - 30 april 1916
Locatie Dublin
schermutselingen in graafschappen Meath, Galway, Louth en Wexford
Resultaat Onvoorwaardelijke overgave van de rebellen, executie van hun leiders. Toename aan steun voor Sinn Féin bij de verkiezingen van 1918 als reactie op de executie van opkomende leiders.
Strijdende partijen
Flag of Ireland.svg Irish Republican Brotherhood
Irish Volunteers
Irish Citizen Army
Cumann na mBan
Hibernian Rifles
Fianna Éireann
Flag of the United Kingdom.svg British Army
Dublin Metropolitan Police
Royal Irish Constabulary
Commandanten
Flag of Ireland.svg Patrick Pearse
Flag of Ireland.svg James Connolly
Flag of the United Kingdom.svg Generaal Sir John Maxwell
Flag of the United Kingdom.svg Brigadier-generaal W. H. M. Lowe
Troepensterkte
1.250 in Dublin
2.000 - 3.000 elders, maar zij namen bijna geen deel aan de gevechten
16.000 troepen en 1.000 gewapende politieagenten in Dublin tegen het einde van de week
Verliezen
64 doden
onbekend aantal gewonden
16 geëxecuteerd
132 doden
397 gewonden

De Paasopstand (Iers: Éirí Amach na Cásca, Engels: Easter Rising) is de Ierse Republikeinse opstand van 24-30 april 1916 en wordt gezien als een van de belangrijkste gebeurtenissen in de geschiedenis van Ierland. Een deel van de Irish Volunteers onder leiding van Pádraig Pearse en het kleinere Irish Citizen Army van James Connolly bezetten sleutelposities in Dublin, waaronder het General Post Office op O'Connell Street.

Op paasmaandag 1916 riep de nieuwe republikeinse regering, onder leiding van Pearse, de Ierse Republiek uit. Dat deed hij in een belangrijk historisch document dat in het Engels the Proclamation wordt genoemd.

Deze opstand markeert een splitsing tussen het Republikeinse en het algemene Ierse nationalisme, dat tot dan toe een belofte van autonomie onder de Britse kroon accepteerde.

Kansloos tegenover 4500 Britse manschappen en meer dan 1000 politieagenten (het aantal Volunteers wordt geschat op 1000, de Irish Citizen Army ongeveer 250) werden de rebellen verslagen: honderden werden gedood of gewond, inclusief buitenstaanders die in het vuurgevecht terechtkwamen, en ongeveer 3000 verdachten werden gearresteerd. 15 leiders (inclusief de 7 mannen die de Onafhankelijkheidsverklaring hadden ondertekend) werden geëxecuteerd in de periode van 3 tot en met 12 mei, onder hen de al dodelijk getroffen Connolly, die in een stoel werd omgebracht omdat hij niet meer kon staan.

De Ierse opinie veranderde sterk na deze executies. Voorheen zag men de rebellen als onverantwoordelijke avonturiers die het nationalisme konden schaden. De vrijgelaten arrestanten reorganiseerden het Republikeinse leger, en het nationalistische sentiment komt steeds verder achter de Sinn Féin partij te liggen. Sinn Féin had, ironisch genoeg, zelf niets te maken met de Opstand.

De verkiezingen voor het Britse parlement in december 1918 resulteerden in een grote overwinning voor Sinn Féin in Ierland. De meeste parlementsleden kwamen samen in Dublin op 21 januari 1919 om opnieuw de Ierse Republiek uit te roepen, met als president Éamon de Valera. Hij was de commandant van de Volunteers' 3e Bataljon, maar was niet geëxecuteerd omdat hij in de Verenigde Staten geboren was en het Verenigd Koninkrijk hoopte op Amerikaanse hulp in de Eerste Wereldoorlog.

De Paasopstand wordt over het algemeen gezien als verloren vanaf het begin, en dit zal ook zo zijn ingeschat door de leiders. Critici zien elementen van een 'bloedoffer' zoals ook beschreven in de wat romantische teksten van Pearse.

Sinn Féin haalde na de Paasopstand een grote verkiezingszege. Zo was het mogelijk dat in 1921 de Ierse Vrijstaat werd uitgeroepen door Eamon de Valera. De Ierse Republiek is pas veel later na de Tweede Wereldoorlog uitgeroepen.

In 2006 is, voor het eerst sinds het begin van de burgeroorlog in Ulster, de Paasopstand herdacht onder andere met een militaire parade.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]