Papiervisje

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Papiervisje
Papiervisje
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Arthropoda (Geleedpotigen)
Onderstam: Hexapoda (Zespotigen)
Klasse: Insecta (Insecten)
Orde: Thysanura
Familie: Lepismatidae
Geslacht: Ctenolepisma
Soort
Ctenolepisma longicaudatum
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Het papiervisje (Ctenolepisma longicaudatum), ook wel boekenvisje is een klein insect, behorend tot de familie Lepismatidae in de orde van de Zygentoma. Indeling en naamgeving van de overkoepelende groepen hebben de laatste decennia nogal wat wijzigingen ondergaan en in de literatuur vindt men de Lepismatidae dan ook meestal nog terug in een oude orde "Thysanura". Hoe dan ook, het zijn primitieve, primair vleugelloze "insecten", of liever gezegd Hexapoda (zespotigen), want volgens sommige taxonomen moeten ze ook niet echt tot de insecten worden gerekend (althans, insecten sensu stricto - het taxonomische begrip Insecta heeft zelf door de eeuwen heen immers nog veel drastischer wijzigingen ondergaan).

De schubben die het lichaam bedekken hebben een zilverachtige glans. Papiervisjes zijn in staat om vliegensvlug weg te glippen, worden ongeveer twee centimeter lang en worden aangetroffen in boeken en papieren. Ze voeden zich met organisch materiaal, zoals vezels in papier, kunstvezels uit cellulose en textiel van plantaardige vezels. Ook zwakkere soortgenoten en vervelde huidjes worden gegeten.[1].

Ze leven in drogere omgevingen. Verwant zijn het zilvervisje welke vochtige plaatsen prefereert, en het ovenvisje, dat bij beduidend hogere temperatuur gedijt en maar zelden meer wordt aangetroffen in woonhuizen[1].

Uiterlijk[bewerken]

Het papiervisje heeft een lang en plat lichaam en kan tot 15 mm lang worden. De kleur van het insect is glanzend grijs (zilver), hetgeen veroorzaakt wordt door kleine schubben. Worden deze beschadigd (afgewreven) dan krijgt het dier een vlekkerig uiterlijk. De eieren zijn ovaal en zijn ongeveer 0,8 millimeter lang. De kop van het insect loopt breder uit. In het algemeen ziet het lichaam er enigszins als een wortel uit. De insecten zijn kwetsbaar, hebben twee lange sprieten aan de voorkant van hun lichaam en hebben drie sprieten aan de achterkant van hun lichaam. De sprieten zijn even lang als het lichaam. De verschillen met het zilvervisje zijn klein en alleen met zekerheid onder de microscoop zichtbaar te maken aan de hand van het beharingspatroon.

Habitat[bewerken]

De insecten leven in het donker tussen papier en in boeken en bijvoorbeeld ook postzegelalbums. Als de plek waar ze zich verbergen belicht wordt gaan de insecten snel op zoek naar een nieuwe plek om zich te verstoppen; dat is meestal op de rug van een boek of in de vouw tussen de bladzijden.

De insecten komen vaak het huis binnen door mee te liften met oude boeken en kranten, oud papier en oude kleding.

Sterke papiervisjes kunnen het 300 dagen zonder voedsel uithouden[1].

Voortplanting[bewerken]

Pas recentelijk is het voortplantingsmechanisme van het soort ontdekt. Het mannetje laat een spermatofoor, een spermacapsule, achter. De locatie van deze capsule wordt door middel van biochemische signalen door een vrouwtje bepaald, waarna zij de capsule opneemt.

Vrouwelijke papiervisjes leggen ongeveer 100 eitjes in hun leven. Eitjes (rond, wit en ongeveer 1 mm groot) worden in groepen tot maximaal 3 eitjes tegelijk gelegd. Deze eitjes komen uit in zes weken. Kleine papiervisjes zien er hetzelfde uit als volwassen, alleen zijn ze nog wit van kleur. In 4 tot 6 weken krijgen ze de volwassen kleur. Papiervisjes zijn geslachtsrijp in 3 tot 24 maanden. Volwassen papiervisjes kunnen 2 tot 8 jaar oud worden. Ze blijven hun hele leven vervellen, wat uitzonderlijk is bij de insecten.

Preventie[bewerken]

Hygiëne is erg belangrijk, maar niet volledig effectief in het reduceren van de populatie, omdat de insecten vaak in isolatie- en verpakkingsmateriaal, boeken en kartonnen dozen verblijven. Geef extra aandacht aan stapels kranten en tijdschriften. Deze opbergen in hermetisch afgesloten dozen voorkomt dat de papiervisjes erbij kunnen.

Of bestrijding noodzakelijk is bij een populatiegrootte die tot een incidentele waarneming leidt is overigens maar de vraag - de schade die ze veroorzaken blijft meestal beperkt tot het aantasten van boeken.

Een methode die al in 1863 al gebruikt werd om papiervisjes te vangen, maar wel enig geduld vergt, is met behulp van een glazen pot die door zijn gladheid voorkomt dat de papiervisjes kunnen ontsnappen. De buitenkant wordt ruw en beklimbaar gemaakt door bijvoorbeeld het beplakken van de pot met papier.[1] [2]

De natuurlijke vijand is de 'lijmspuiter' Scytodes thoracica. Deze algemeen voorkomende huisspin, weet ongemerkt Lepismatidae te besluipen en is ze als enige spin de baas [1] [3].

Afbeeldingen[bewerken]

Referenties[bewerken]

  1. a b c d e Beijne Nierop BM, Hakbijl T. Ctenolepisma longicaudatum heeft ongemerkt bebouwd Nederland veroverd. Entomologische berichten 62 (2), april 2002. PDF
  2. Newton E. New insect at the Friends' Institute. Zoologist 21:8496, 1863.
  3. Pacit 1956; pers.med. A. Noordam 2000

Kaarten met waarnemingen op waarneming.nl: Nederland, België en wereldwijd