Schub

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Patroon van de schubben en kleuren bij de bittervoorn

Schubben zijn overlappende plaatjes die aan een kant vastzitten en zo een oppervlak bedekken.

In de biologische nomenclatuur is een schub (Grieks lepid) een kleine stijve plaat die uit een dierlijke huid steekt om bescherming te bieden. Niet elk dier heeft dezelfde soort schubben. Bovendien zijn schubben door de jaren heen met variërende structuur en functie geëvolueerd.

Schubben bij verschillende diersoorten [bewerken]

  • Bij insecten zijn de schubben plaatjes op de oppervlakte van de vleugel die kleur geven, in het bijzonder vlinders.
  • De schubben van vissen liggen als dakpannen over elkaar. Op deze manier zijn ze beschermd zonder aan flexibiliteit te verliezen. Over de schubben heen ligt de epidermis. Samen met de dermis bepaalt de epidermis welke kleuren een vis heeft, de schubben zelf zijn volledig transparant.
  • Reptielenschubben overlappen elkaar vaak maar zijn niet versmolten zodat het lichaam kan uitzetten.
  • Vogels hebben ook schubben, meestal op hun poten. Tevens wordt verondersteld dat hun veren uit schubben zijn ontstaan.
  • Een paar zoogdieren hebben ook schubben, bijvoorbeeld schubdieren (Manidae). Deze zijn in de loop der tijd ontstaan uit haar.

Schubben bij planten [bewerken]

  • Bij planten is de knop omgeven door bladschubben. Het bovenste kroonkaf van een aartje is ook een schub.
  • Bij varens is de bladsteel dikwijls bedekt met schubben. Dit is vooral opvallend bij jonge planten die net boven de grond komen.