Parnassia (soort)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Parnassia
Parnassia palustris 030905.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Plantae (Planten)
Stam: Embryophyta (Landplanten)
Klasse: Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade: Bedektzadigen
Clade: 'nieuwe' Tweezaadlobbigen
Clade: Fabiden
Orde: Celastrales
Familie: Celastraceae [APG III]
Onderfamilie: Parnassioideae
Geslacht: Parnassia
Soort
Parnassia palustris
L. (1753)
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Parnassia (Parnassia palustris) is een plant die in het APG III-systeem tot de kardinaalsmutsfamilie (Celastraceae) wordt gerekend. De grondstandige bladeren zijn hartvormig en hebben een lange steel. De tot 30 cm hoge plant bloeit van juli tot in september. De bloem staat op een rechtopgaande steel waaraan zich een zittend blad kan bevinden. De vijf kroonbladen zijn wit met groenige parallel-lopende nerven. In de bloem staan vijf staminoda (vergroeide onvruchtbare meeldraden), die eindigen in een reeks goudkleurige knopjes die nectar afgeven. Voor elk kroonblaadje staat er één. De vruchtbare meeldraden wisselen af met de staminoda. De bomvormige doosvrucht opent met vier kleppen.

Parnassia palustris

Niet algemeen aanvaard worden de variëteiten binnen parnassia:

  • Parnassia palustris var. condensata, de variëteit uit de kustgebieden
  • Parnassia palustris var. palustris, de variëteit uit het binnenland

Beide variëteiten zijn zeer lastig of niet van elkaar te onderscheiden. Naast het diploide (2n = 18) vorm komt ook een tetraploïde (2n = 4x = 36) vorm voor. In Engeland komen beide vormen voor bij de vrijwel niet te onderscheiden variëteiten.[1]

Voortplanting[bewerken]

Parnassia is aangewezen op kruisbestuiving door insecten. De meeldraden zijn één voor één rijp waarna ten slotte de stamper vruchtbaar is. Vooral vliegen bezoeken de bloem. Het zaad is heel fijn en wordt gemakkelijk door de wind verspreid over grote afstanden.

Voorkomen[bewerken]

De plant komt voor over heel het noordelijk halfrond, buiten de tropen en subtropen. In Nederland was zij vroeger breed verspreid op de veengronden, zandgronden en in Zuid-Limburg op het krijt. Inmiddels is de soort er zeldzaam geworden door ontwatering en hogere bemestingsgraad. De plant is wettelijk beschermd. Nu groeit ze het meest in vochtige duinvalleien en op drooggevallen zandplaten in afgesloten zeearmen. Parnassia wordt in Nederland wettelijk beschermd en staat op de Nederlandse Rode lijst (planten) van 2000 als vrij zeldzaam en zeer sterk in aantal afgenomen. De soort is redelijk aanwezig in het gebied rond Lauwersoog.

In België komt de soort ook voor in kustduinen en in Lotharingen, daarbuiten is ze zeer zeldzaam. In andere delen van Europa, zoals Zwitserland, is ze aanzienlijk minder zeldzaam dan in de lage landen.

Toepassingen[bewerken]

Parnassia wordt vaak bewonderd om haar schoonheid en is bezongen in gedichten. Een voorbeeld hiervan is het gedicht Duinpan I van Richter Roegholt.

Ecologische betekenis[bewerken]

Parnassia groeit vaak in gezelschap van orchideeën.

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties