Pasteitje

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Pasteitje

Een pasteitje of een vidée is een rond, warm, hartig bladerdeeggebakje dat traditioneel met kippenragout wordt gevuld. Soms wordt met pasteitje enkel het gebak bedoeld, vaak het gerecht dat bestaat uit het bladerdeeggebak en de daarbij horende vulling. Het gebakje lijkt op een rond doosje met een deksel. Een pasteitje wordt soms als tussengerecht geserveerd, maar vaak ook als hoofdgerecht met frieten of brood.

Mogelijk is het pasteitje al in Zuid-Nederland bekend sinds de Franse Tijd. De uitvinder van het pasteitje zou de beroemde Franse kok Marie-Antoine Carême (Parijs, 1784-1833) zijn geweest. Hij zou per abuis bladerdeeg hebben gebruikt in plaats van kruimel- en korstdeeg. Toen de man zag dat uit het platte deeg een torenachtig gebak was ontstaan, zou hij hebben uitgeroepen: "Il vole au vent" (Hij vliegt in de lucht). Dit zou verklaren waarom het gebakje in andere talen vol-au-vent wordt genoemd. Een andere naamsverklaring zou zijn dat de gebakjes zó licht waren dat ze met de wind zouden wegwaaien. In Vlaanderen wordt met vol-au-vent niet meer het gebakje bedoeld, maar de ragout die traditioneel wordt gebruikt als vulling van het pasteitje.

Voorgebakken pasteitjes zijn verkrijgbaar bij de bakker of in de supermarkt. Het is de bedoeling om eerst het deksel uit het pasteitje te snijden, vervolgens worden het pasteitje en het deksel voorverwarmd in een bakoven. Daarna worden ze gevuld met ragout, afgedekt met het deksel en geserveerd.