Pisco (drank)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Peruaanse pisco.
Chileense pisco.
Pisco sour.

Pisco is een sterkedrank die wordt gedestilleerd uit druiven. De drank wordt gedronken in Peru en in Chili. Peruaanse en Chileense producenten zijn verwikkeld in een langdurige juridische strijd om het recht om de drank onder de naam "pisco" te produceren. In tegenstelling tot bijvoorbeeld cognac heeft pisco geen beschermde origine. Het is dus niet met zekerheid te zeggen waar pisco oorspronkelijk vandaan komt. De stad Pisco en de provincie Pisco liggen in Peru. In de Valle de Elqui in Chili ligt een dorp dat ook Pisco heet, de oorspronkelijke naam van dit dorp was echter Las Gredas. Later werd dit gewijzigd in La Unión en in 1936 werd de naam in Pisco Elqui gewijzigd om de Chileense claim op de naam Pisco kracht bij te zetten. Feit is dat de Spanjaarden wijndruiven meebrachten naar hun kolonies in Zuid-Amerika om daar wijn van te maken voor hun kerkelijke ceremonies.

Zowel in Chili als in Peru wordt de drank vaak geserveerd als een cocktail genaamd Pisco Sour. Deze drank bevat naast pisco geklopt eiwit, rietsuikerstroop, gebroken ijsblokjes en veel limoen- of citroensap. Daarnaast bestaan er nog een aantal iets minder bekende cocktails zoals 'mango sour'.

De Peruaanse pisco wordt gemaakt van de quebranta- of Italiadruif, vooral in de regio's Ica en Moquegua. Tijdens het destillatieproces wordt er geen andere substantie toegevoegd. De Chileense pisco wordt meestal gemaakt van de muscatdruif die in de regio's Atacama en Coquimbo aangebouwd wordt. Een bekend aanbouwgebied is de Valle de Elqui: een droog, warm en zonnig dal waar meer dan 300 dagen per jaar de zon schijnt. Door dit gunstige microklimaat zijn de druiven zeer zoet waardoor de wijn die gebruikt wordt om pisco te maken een alcohol percentage heeft van 14%. Omdat Peru minder geschikt is voor de aanbouw van wijndruiven zijn de Peruaanse druiven minder zoet en voegen de Peruaanse producenten suiker toe om het alcoholgehalte omhoog te brengen. Chileense producenten lengen de drank tijdens het destillatieproces regelmatig aan met gedemineraliseerd water, waardoor de Chileense pisco over het algemeen weliswaar goedkoper is dan de Peruaanse maar meestal ook van mindere kwaliteit. Met het toenemen van de internationale populariteit neemt echter ook de kwaliteit van de Chileense pisco toe. Zo is er nu ook extra añejado pisco te krijgen die (volgens de destillatieregels voor pisco) maximaal 3 jaar op eikenhouten vaten heeft gerijpt. Hierdoor heeft deze pisco een wat mildere en complexere smaak dan de "normale" pisco. Deze gerijpte Pisco is dan ook meer geschikt om puur te drinken terwijl de jonge pisco meer geschikt is om pisco sour van te maken. Uiteraard is dit een persoonlijke smaak.

Het woord pisco is afkomstig uit het Quechua, waar het de naam van een vogel is (pisku, phishgo, pichiu of pisccu, in het moderne Quechua-alfabet: pisqu'). De vallei waar deze vogel veel voorkwam is tegenwoordig de Pisco-vallei in Peru. De bewoners van deze vallei werden piskos (enkelvoud: pisko) genoemd. De piskos waren goede pottenbakkers en ze maakten onder andere potten waarin drank werd opgeslagen, die eveneens piskos werden genoemd. Uiteindelijk kreeg de drank in de potten dezelfde naam als de potten en hun makers: pisco.

De oudste overlevering van gedestilleerde druivenwijn in Peru dateert uit 1613. In het testament van Pedro Manuel de Griek wordt melding gemaakt van 30 kannen druivenbrandewijn, van een ton met hetzelfde vocht, en van de werktuigen waarmee pisco gemaakt wordt. Vanuit de Peruaanse havenstad Pisco werd de drank naar alle Spaanse kolonies verscheept.

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren
In andere talen