Postsorteermachine

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Postsorteermachines zijn in gebruik bij bedrijven die gespecialiseerd zijn in het doorzenden van poststukken. In dit artikel is de situatie bij de voormalige Nederlandse PTT beschreven.

Begin[bewerken]

De eerste postsorteermachine die bij de Posterijen der Nederlandse Staat in gebruik was, is de Transorma, deze is nog te zien in het Museum voor Communicatie in Den Haag. Het was een volledig mechanisch bestuurde machine. Hierbij werd het poststuk fysiek voor de codeur getoond en na het invoeren van de code voor de woonplaats of wijk, de postcode bestond nog niet, verder getransporteerd naar het juiste vak. Omdat er nog veel sorteerwerk na deze bewerking overbleef en de sorteersnelheid niet veel hoger lag dan van een ervaren sorteerder/expediteur is de machine niet lang in gebruik geweest.

Lezen[bewerken]

Na 1977, toen in Nederland de postcode werd ingevoerd, zijn er nieuwe machines ontwikkeld. AEG en Philips waren de belangrijkste leveranciers.

AEG leverde de Automatische Lees en Indexeer MAchine (ALIMa), deze machine kon als eerste machine automatisch karakters herkennen later Optical Character Reading (OCR) geheten; in eerste instantie alleen machineschrift (drukletters). Via een afnemerbed werden de brieven één voor één in de machine gevoerd, en met behulp van een lijncamera en sterke belichting met kwikdamplampen 'gelezen'. De machine vertaalde de gevonden postcode (4 cijfers 2 letters), die altijd linksonder van het adresblok te vinden was, in een soort streepjescode, de ABC-code (streep/geen streep). Deze sorteerindexcode (SIX) werd middels een inkjetprinter (AB-Dick/Videojet) in fluorescerend oranje rechtsonder op de brief gespoten. Deze machine had een capaciteit van ca. 20.000 stuks per uur. De ALIMa had 20 stapelaars, zodat meteen een grove sortering voor de 12 sorteercentra gemaakt kon worden.

Alle niet-leesbare post (handgeschreven) werd middels een kleine indexeertafel (SoCoDex) van Philips, met de hand voorzien van de SIX. De persoon aan de tafel las de postcode en voerde deze via een alfanumeriek toetsenbordje in. De machine had een invoergleuf voor het poststuk, waarna dit via snaren en een lineaire motor bij een pennenprinter kwam die de lijntjes van de ABC-code op het poststuk plaatste; het poststuk kwam daarna in slechts één stapelaar.

Later is er nog een experimentele versie van de Alima geweest, de VideoCodeerMachine (ViCoMa). Deze machine had alleen een camera en projecteerde de briefbeelden op 20 videocodeerplaatsen (VCP) waarachter mensen via een alfanumeriek toetsenbordje de postcode moesten intoetsen; de ViCoMa spoot dan de ingetoetste gegevens in een streepjescode op de post. Hiermee kon men dus de socodex vervangen en was de gemiddelde verwerking per persoon per uur véél hoger.

Alle met een SIX-code voorziene post kon nu doorgestuurd worden naar de SorMa (SORteerMAchine) van Philips. Deze machine met 140 vakjes kon aan de hand van de SIX-code en een toegewezen sorteerlijst de ingevoerde post sorteren tot op wijkniveau.

Sorteren[bewerken]

Sorteermachine Klein[bewerken]

Sinds 1995/96 zijn de Alima, Vicoma en Sorma geïntegreerd in de SorteerMachine Klein (SMK) van Alcatel/Solystic. Deze machine van ca. 35 meter lang leest, indexeert en sorteert de post (max. A5 en 6mm dik) in één keer in 224 stapelaars die allemaal afzonderlijk één of meerdere bestemmingen kunnen hebben. Deze machines kunnen ca. 40.000 stuks (postkaartformaat) post per uur verwerken. De SMK's hebben echter zélf geen "leesintelligentie", daarvoor is een centrale Coding Pool Network (CPN) opgezet. Hierin worden met vele razendsnelle computers alle briefbeelden van de ca. 78 SMK´s in Nederland verwerkt; komen de computers er niet uit doordat het schrift niet leesbaar is, dan worden de beelden naar een videocodeerruimte gezonden waar mensen via beeldschermen alsnog de postcode kunnen ingeven. De resultaten worden weer naar dezelfde machines teruggestuurd zodat met inkjetprinters de oranje SIX-codes en de zwarte tekstinformatie op de enveloppen gespoten kan worden. Om de computers daar toch wat tijd voor te gunnen bevindt een brief zich zo'n 16 seconden (met een snelheid van 4 m/sec) in de SMK; met de huidige computers is deze marge ruim voldoende.

Sorteermachine groot[bewerken]

Voor de grotere post tot ruim A4 en 32mm dik zijn er landelijk ca. 42 SorteerMachines Groot (SMG) van Siemens/B&H. Deze SMG's hebben twee afnemers en 440 uitgangen en zijn zo'n 24 meter lang en 2,1 meter hoog. Ook deze machines nemen beelden van de poststukken en worden via hetzelfde CPN verwerkt. Echter komt op deze poststukken een zogenaamd Indexnummer (IX) te staan in de vorm van oranje streepjes, dit zorgt ervoor dat elk poststuk een eigen identificatie krijgt. Als de poststukken hun identificatie hebben gekregen komen ze in het sorteerdeel, waarin aan een kabel ca.360 carriers met 4 pockets (dus totaal 1440) worden voortgetrokken over twee lagen bakken 220 aan elke zijde van de machine. Elk poststuk wordt in een pocket geschoten en blijft daar totdat het CPN een sorteerbeslissing aan de machine terugstuurt, zodat deze het poststuk in de juiste bak kan uitsorteren. De gegevens van alle brieven gaan via het CPN-netwerk naar de andere sorteercentra, zodat daar deze poststukken met behulp van de IX opnieuw naar het juiste afgiftepunt kunnen worden uitgesorteerd.

Sorteercentrum[bewerken]

Alle post kent op een sorteercentrum twee (soms drie) slagen:

  • de 1e sortering of ontvangstsortering, alle post komt 's avonds van de brievenbussen, postagentschappen en businessbalies naar het sorteercentrum en wordt grof gesorteerd op eigen gebied en andere sorteercentra.
  • de 2e sortering of verzendsortering wordt de post 's nachts voor het eigen gebied (rayon) fijn gesorteerd.
  • de 3e sortering is de huisnummersortering hierbij wordt de post voor de bestellerskantoren met behulp van de sorteerindex op loopvolgorde voor de besteller gesorteerd. Op sommige bestellerskantoren staan hiervoor ook huisnummersorteermachines (HSM), een kleine uitvoering van de SMK zonder OCR-mogelijkheid.

Sorteercentra in Nederland[bewerken]

De post uit de bekende rode brievenbussen (tegenwoordig oranje) wordt 's avonds gelicht en komt op de sorteercentra in Amsterdam, 's-Gravenhage, 's-Hertogenbosch, Nieuwegein, Rotterdam en Zwolle op de afdeling Opzetterij terecht. Daar worden de zakken leeggestort in de SOSMa's, de Schift- Opzet en StempelMachines. Dit zijn machines van het fabricaat NEC uit Japan, die de post semiautomatisch scheidt in machinegeschikte post (tot grootte A5 en max. dikte van 6mm) en overige. De machinegeschikte post wordt in deze machine verder verwerkt, het overige (groter dan A5 en kleine pakjes) wordt met de hand verder "opgezet". In de SOSMA wordt eerst alle post netjes op de lange zijde gedraaid en worden stijve- en ongelijke poststukken afgevoerd (culling of schiften), zodat de hoofdafnemer de kaarten en enveloppen één voor één het opzet en stempeldeel in kan voeren. In het facer/canceldeel wordt met behulp van vier scanners (UV-licht en streepjescode) gezocht naar postzegel, rode stempel of streepjescode (onder andere ING-bank envelop). Als een postzegel wordt gevonden dan wordt deze gestempeld, voor de overige kenmerken hoeft dat niet. Daarna worden de poststukken met kenmerk zodanig gedraaid dat ze allemaal "gekopt" (met het adres leesbaar naar voren) bij de 10 stapelaars komen. In dit stapelmoduul worden meteen de ING- en Belastingdienstenveloppen apart gehouden, tevens zijn er stapelaars voor postzegel-, roodfrankeringenveloppen en actiekaarten; deze laatsten kunnen meteen verder verwerkt worden op de bovengenoemde Sorteermachines. Poststukken waarop geen kenmerk wordt gevonden worden naar de OMA (Opzet MAchine) gebracht.