Preah Vihear (tempel)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Preah Vihear Tempel
Werelderfgoed cultuur
Preahvihear112.jpg
Land Vlag van Cambodja Cambodja
UNESCO-regio Azië en de Grote Oceaan
Criteria i
Inschrijvingsverloop
UNESCO-volgnr. 1224
Inschrijving 2008 (32e sessie)
UNESCO-werelderfgoedlijst
Plattegrond

De tempel Preah Vihear (Thai: ปราสาทพระวิหาร) is een hindoeïstisch tempelcomplex dat is vervallen tot een ruïne. Het complex is 800 meter lang en ligt op een 525 meter hoge berg in het Dongrekgebergte. Het is gewijd aan de god Shiva. In het hoofdgebouw is dan ook een linga te vinden.

Het complex is op het noorden gericht. Dit is ongebruikelijk. Hindoeïstische tempels zijn gewoonlijk op het oosten gericht.

Geschiedenis[bewerken]

Het complex werd in de 9e eeuw gebouwd, mogelijk in opdracht van koning Jayavarman II of Yasovarman I. In de loop van 300 jaar werd het complex vervolgens uitgebreid.

Grensconflict[bewerken]

De tempel ligt in het grensgebied tussen Cambodja en Thailand. De vraag in welk land deze nu precies ligt, is al jaren onderdeel van het grensconflict tussen de beide landen. In 1962 besliste het Permanent Hof van Arbitrage in Den Haag dat het bouwwerk bij Cambodja hoorde.

Toen de tempel in 2008 werd toegevoegd aan de Werelderfgoedlijst van UNESCO laaide het conflict weer op. Thailand betwist de uitspraak van het Hof niet, maar claimt het gebied dat rondom de tempel ligt. Beide landen hebben troepen in de omgeving van de tempel gelegerd, die af en toe slaags raken.

In februari 2011 nam de onrust over het gebied rondom de tempel toe. Tijdens de gevechten tussen Thaise en Cambodjaanse militairen stortte een vleugel van de tempel in.[1][2] Tevens vielen er tientallen doden bij de beschietingen en raakten tienduizenden burgers op de vlucht. Cambodja legde de zaak daarop voor aan het Internationaal Gerechtshof, dat in 2011 eerst bepaalde dat beide landen hun troepen moesten terugtrekken. Op 11 november 2013 heeft het Internationaal Gerechtshof geoordeeld dat de tempel zich op het grondgebied van Cambodja bevindt. Behalve een demilitarisering van het gebied gelastte het hof ook het toelaten van waarnemers van de ASEAN, het samenwerkingsverband van Zuidoost-Aziatische staten.[3][4]

Zuidzijde van de tempel
Bronnen, noten en/of referenties