Quasimodo (personage)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Illustratie uit een editie uit 1889, van Quasimodo, die vanuit de spelonken vanuit de kerk naar buiten kijkt.

Quasimodo is een fictief personage uit het boek De Klokkenluider van de Notre Dame van Victor Hugo (1831). Hij onderscheidt zich, ondanks zijn misvormdheid, door zijn lenigheid en geslinger in en rondom de klokkentoren van de Notre Dame.

In het boek[bewerken]

Quasimodo werd misvormd geboren, wat Hugo beschrijft als een misvormde hoge rug vanaf zijn linkeroog wegtrekkend tot zijn gebochelde rug. Hij werd als vondeling gevonden voor de deuren van de Notre Dame (waar vaker vondelingen werden gelegd, in de hoop op een betere toekomst) op Beloken Pasen (Quasimodo, de eerste zondag na Pasen) door Claude Frollo, die het kind adopteert. Hij voedt het kind op tot de klokkenluider van de Notre Dame. Gedurende de jaren wordt Quasimodo doof door het luide geluid van de klokken.

Hij wordt door de omwonenden van de kerk in Parijs gezien als een monster. Quasimodo wordt net als zijn meester Frollo, verliefd op het zigeunermeisje Esmeralda en redt haar nadat ze van moord wordt beschuldigd. Maar het meisje wordt nooit verliefd op Quasimodo, wat het thema van het boek ook aansnijdt als wreedheid en sociale onrechtvaardigheid; al erkent ze wel zijn goedheid, ze vindt het moeilijk zijn uiterlijk te accepteren en blijft ook bang voor hem.

Achtergrond[bewerken]

Hoe Victor Hugo Quasimodo bedacht heeft is niet helemaal duidelijk. Wel haalde hij de inspiratie voor het verhaal in een van de klokkentorens, toen hij in een muur een in het Grieks gekerfd woord zag, dat vertaald 'noodlot' betekende. Hugo dacht aan iemand die heel ongelukkig in de toren was opgesloten, maar kreeg echter nooit bijval over deze gebeurtenis.

Met in het achterhoofd dat weeskinderen (en vooral misvormde) in vroegere tijden werden achtergelaten bij de Notre Dame, zou Hugo tot dit personage zijn gekomen.

Quasimodo-zondag is de eerste zondag na Pasen. Die dag begint de mis met Quasi modo geniti infantes (als pasgeboren kinderen).

Op 15 augustus 2010 kwam er een artikel uit waarin door Adrian Glew, een Tate archivaris, werd beweerd dat er bewijs bestaat over een echte gebochelde man die in de jaren 1820 een steenhouwer was bij werkzaamheden aan de Notre Dame. Het bewijs maakt onderdeel uit van de memoires van Henry Sibson, een 19e eeuwse beeldhouwer die werkzaamheden verrichtte aan de Notre Dame, toen Victor Hugo zijn roman schreef over de klokkenluider. Sibson beschrijft over een gebochelde man werkend als steenhouwer, hij kende de man niet persoonlijk omdat hij er nooit mee gesproken had. Victor Hugo heeft mogelijk enkele bezoeken gebracht tijdens de renovaties van de Notre Dame en zou mogelijk de gebochelde man gekend hebben. Adrian Glee zou ook ontdekt hebben dat Hugo en de gebochelde man in dezelfde wijk hebben gewoond; die van Saint German de Pres in 1833. De man zou mogelijk Trajin geheten hebben.[1]

In film[bewerken]

De rol van Quasimodo werd vaak verfilmd als niet gelijkend op het boek, in sommige van de films zoenen Esmeralda en Quasimodo, terwijl dit in het boek achterwege blijft. De volgende acteurs vervulden de rol van klokkenluider:

Bronnen, noten en/of referenties