Rijbaan

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Standaardindeling van een snelweg met ventweg en fietspad. Zie gekleurde balken en letters bovenaan.

██ Weg (B, D t/m J, K)

██ Rijbaan, een fietspad geldt niet als rijbaan

██ Rijstrook

A zijberm
B ventweg
C zijberm
D vluchtstrook, uitrijstrook
E rijstrook
F spitsstrook
G redresseerstrook
H middenberm
J vluchtstrook, invoegstrook
K fietspad

Een rijbaan is een deel van de wegdoorsnede waarbinnen verkeer zonder fysieke obstakels te overwinnen kan wisselen van laterale positie. Een rijbaan kan uit één of meerdere rijstroken bestaan.

Officieel is een rijbaan elk voor rijdende voertuigen bestemd weggedeelte met uitzondering van de fietspaden en de fiets/bromfietspaden.

In de volksmond worden vaak andere woorden gebruikt, bijvoorbeeld de weg (onjuist - fiets- en voetpaden en de berm horen ook bij de weg), de autoweg (een autoweg is iets anders) of de gewone weg.

Ten slotte wordt 'rijbaan' in het dagelijks spraakgebruik ook wel verward met 'rijstrook', bijvoorbeeld door een eenvoudige autosnelweg (bestaande uit twee rijbanen met elk twee rijstroken) aan te duiden als 'vierbaans'.

Een rijbaan ontstaat door het fysiek scheiden van rijstroken. Zo'n fysieke scheiding kan bestaan uit een geleiderail, een middenberm of een centrale verhoging. De rijbaanscheiding wordt meestal toegepast om het verkeer in tegenovergestelde richtingen te scheiden. Daarnaast worden rijbaanscheidingen onder andere toegepast om doelgroepstroken te scheiden van het overige verkeer en om doorgaand verkeer te scheiden van lokaal verkeer.

Voorbeelden[bewerken]

Volledig gescheiden rijbanen worden toegepast voor autosnelwegen, expreswegen (België) en bij voorkeur op regionale stroomwegen en gebiedsontsluitingswegen (Nederland). Een autosnelweg bestaat per definitie uit minimaal twee rijbanen met op elke rijbaan twee of meer rijstroken. Rijbanen zijn hier altijd fysiek van elkaar gescheiden, meestal door een middenberm en/of door een geleiderail.