Rijksban

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De rijksban of "Reichsacht" was de wereldlijke tegenhanger van de kerkelijke ban.

De ban hield in dat de keizer van het Heilige Roomse Rijk van de Duitse Natie een persoon of stad alle burgerlijke, feodale en politieke rechten ontnam.

Een ban of vogelvrijverklaring was een oud element van het Germaans recht. Sinds 1220 kon de rijksban niet alleen door de keizer of Rooms-koning worden uitgesproken, in artikel 7 van de Confoederatio cum principibus ecclesiasticis was vastgelegd dat de rijksban na zes weken op de kerkelijke ban volgde. Daarvoor was geen proces nodig en er was ook geen mogelijkheid voorzien voor een juridisch verweer. Later legden ook rijksgerechtshoven, veemgerechten en het Reichskammergericht de rijksban op.

Sinds de Mainzer Landfrieden van 1235[1] werden ook steden en personen die een in de ban gedane persoon huisvestten automatisch in de ban gedaan.

De Duitsers gebruikten de uitdrukking "In Acht und Bann".[2] omdat kerkelijke en wereldlijke repressie hier samengingen.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. (Artikel 25 en 26)
  2. Zie hiervoor: Eduard Eichmann: Acht und Bann im Reichsrecht des Mittelalters. Paderborn 1909.