Roer (vliegtuig)
Een roer van een vliegtuig dient om het toestel van positie te laten veranderen. Een vliegtuig heeft verschillende soorten roeren:
- hoogteroeren die de neus het vliegtuig omhoog of omlaag bewegen (stampen)
- rolroeren die het vliegtuig om de lengte-as bewegen (rollen)
- een richtingsroer, dat het vliegtuig om de verticale as naar links of naar rechts beweegt (gieren).
De benaming 'roer' is overgenomen van het soortgelijke onderdeel van een schip (zie roer (schip)). In tegenstelling tot een schip, kan een vliegtuig in drie dimensies worden bestuurd. Daarom is een nadere aanduiding van de diverse roeren nodig: hoogteroer, richtingsroer, rolroer. In het Engels wordt echter alleen het richtingsroer aangeduid met het Engelse woord voor roer ("rudder"). De andere roeren hebben in het Engels andere aanduidingen: "aileron" voor rolroer en "elevator" voor hoogteroer. Het richtingsroer komt weliswaar het meest overeen met het roer van een schip, maar om de koers van een vliegtuig te veranderen worden voornamelijk de rolroeren gebruikt.
Behalve deze roeren zijn in de vleugels van een vliegtuig ook andere klepmechanismen, zoals welvingskleppen (flaps), stoorkleppen (spoilers) en remkleppen, aangebracht om het toestel te besturen.