Sanballat

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Sanballat (Akkadisch: סַנְבַלָּט; Sin heeft gezond gemaakt) is een persoon uit de Bijbel.

Hij wordt een Horoniet gemoemd, wat kan duiden op een inwoner van Beth-Horon of Horonaïm,[1] en leefde in de 5e eeuw v.Chr. Sommige bijbelgeleerden geloven dat deze Sanballat dezelfde is als de Sanballat die genoemd wordt op een Papyrus, gevonden in Elephantine.[1] Dit zou betekenen dat Sanballat stadhouder van Samaria was en de vader van Delaja en Selemja.

Nehemia[bewerken]

Herstel van de tempel van Jeruzalem (1890, Willem van Tyrus)

Na hun ballingschap in Babylon keerden de Joden terug naar Israël. Ze maakten een start met de herbouw van de muren van Jeruzalem, maar omliggende volkeren vernietigden telkens gedeeltes van de muren en de poorten, waarop de bouw stil kwam te liggen.[2] Sanballat en de Ammoniet Tobia kregen echter te horen dat Nehemia uit Susa in Jeruzalem was aangekomen om met de hulp van de Perzische koning Artaxerxes I de muren van de stad te herstellen.[3]

In eerste instantie begonnen Sanballat, Tobia en de Arabier Gesem de Joden te bespotten en hen te betichten van hoogverraad tegen Perzië,[4] maar de Joden bouwden onverminderd door. Het verslag in het boek Nehemia vervolgt:

7 Het gebeurde, toen Sanballat, Tobia, de Arabieren, de Ammonieten en de inwoners van Asdod hoorden dat het herstel van de muren van Jeruzalem vorderde en dat de bressen gedicht begonnen te worden, dat ze in hevige woede ontstaken.
8 Zij spanden allemaal samen om tegen Jeruzalem te gaan strijden en verwarring te stichten.[5]

De Joden plaatsten wachters bij de muren die dag en nacht werden afgelost. Zo konden de muren volledig worden hersteld.[6]

Sanballat verzon een nieuwe list en verzocht Nehemia herhaaldelijk om een onderhoud buiten de beschermende muren van de stad. Nehemia doorzag de list en ging hier niet op in. Vervolgens stuurden Sanballat de Jood Semaja, die Nehemia probeerde te overtuigen dat er een moordaanslag op hem werd beraamd. Semaja adviseerde Nehemia om zich in de tempel te verbergen, met als bedoeling om hem zo buiten spel te zetten. Ook deze list had geen succes.[7]

Na de herbouw van de muren keert Nehemia voor een lange periode terug naar Perzië. Wanneer hij terugkeerde, bemerkte hij dat de Joden huwelijken waren aangegaan met de omliggende volkeren. Zo was ook een Leviet zelfs in het huwelijk getreden met een dochter van Sanballat, iets wat volgens de voorschriften met betrekking tot de Levieten verboden was.[8] Nehemia joeg hem daarom weg uit Jeruzalem.

Zacharia[bewerken]

In Zacharia lezen we:

Daarna liet Hij mij de hogepriester Jozua zien, die voor het aangezicht van de Engel van de HEERE stond...
Nu was Jozua in vuile kleren gekleed, terwijl hij voor het aangezicht van de Engel stond.[9]

Sommige bijbelgeleerden, zoals Rabbi Papa (300-375) en Hiëronymus van Stridon (347-420) opperen dat het feit dat de hogepriester vuile kleren draagt, duidt op huwelijken tussen priesters en Samaritanen als Sanballat[10]

Bronnen en referenties

  1. a b Wachttorengenootschap. Inzicht in de Schrift, Deel 2, p. 799
  2. Nehemia 1:3
  3. Nehemia 2:3-6, 10
  4. Nehemia 4:1-3
  5. Nehemia 4:7, 8, Herziene Statenvertaling
  6. Nehemia 4:9
  7. Nehemia 6:1-13
  8. Leviticus 21:14
  9. Zacharia 3:1, 3, Herziene Statenvertaling
  10. R. P. Gordon, Studies in the Targum to the Twelve Prophets

Literatuur