Schippersinternaat

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een schippersinternaat in Amsterdam (1948)

Een schippersinternaat is een internaat waar kinderen kunnen wonen van wie de ouders op een binnenvaartschip varen. Ook kinderen van rondtrekkende gezinnen (kinderen van kermisexploitanten en circusmedewerkers), die niet naar de rijdende school konden of wilde, waren hier aanwezig.

Nederland[bewerken]

Leerplicht[bewerken]

De leerplicht geldt ook voor kinderen van schippers. Zij voldoen aan de leerplicht als zij bij de stichting voor Landelijk Onderwijs aan Varende Kleuters[1] ingeschreven zijn. Inschrijven is mogelijk vanaf 3 jaar.

Dit houdt in dat de ouders hun kind (aan boord) zelf begeleiden met lesmateriaal van de stichting en indien mogelijk hun kind een ligplaatsschool laat bezoeken. Artikel C9, lid 2 van het Besluit trekkende bevolking Wet op het primair onderwijs (WPO) bepaalt dat de leerlingen de school (LOVK) in elk geval verlaten na afloop van het schooljaar waarin zij de leeftijd van zeven jaar hebben bereikt.

De meeste schipperskinderen gaan vanaf het jaar dat ze 7 jaar worden naar het schippersinternaat waar ze starten in groep 3 van het reguliere basisonderwijs.[bron?]

Naar school[bewerken]

Vanaf een bepaalde leeftijd gaan de kinderen naar de wal om een reguliere school te bezoeken, in eerste instantie een reguliere basisschool en vervolgens een middelbare school. Om die school te bezoeken heeft het kind een onderkomen (huisvesting en verzorging) op de wal nodig. Een internaat biedt het kind een plek om te wonen zolang het kind naar school moet of wil en zolang de ouders varen. De mate waarin wonen in een internaat invloed heeft op een kind (positief/negatief) verschilt per geval. Een kind kan bijvoorbeeld heel jong zelfstandig worden. Het kind kan echter ook veel heimwee hebben naar zijn ouders.

Veranderingen van de instelling[bewerken]

De stand van zaken in de binnenvaart is veranderd ten opzichte van 15 jaar geleden. Veel eigenaren varen volcontinu. Dit betekent dat het voor vrouwen en kinderen makkelijker is geworden om vanaf de leerplichtige leeftijd van het kind een huis aan de wal te kopen en daar te gaan wonen. In de continuevaart kan de man bovendien makkelijker 2 weken aan boord wonen en 2 weken aan de wal wonen. Een aantal jaren geleden was deze situatie anders en was het de gewone gang van zaken dat schipperskinderen naar het internaat gingen. Nu dit niet meer het geval is, is er minder animo voor de plaatsen op het internaat, waardoor de samenstelling kleinschaliger wordt en veel internaten zelfs deuren sluiten.[bron?]

Vlaanderen[bewerken]

De term schippersinternaat is minder gebruikelijk. De officiële naam is: Tehuis voor kinderen wier ouders geen vaste verblijfplaats hebben. Het doelpubliek is ook ruimer, want zo'n tehuis richt zich onder meer ook op kinderen van foorkramers en andere "trekkende bevolking". Zo zijn er vijf erkend door het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming, te Antwerpen, Etterbeek, Evergem, Maasmechelen en Wijnegem.

De betoelaging vanuit het ministerie is voor zo'n internaat iets ruimer dan voor een gewoon internaat, omdat er ook voor de weekends opvang moet worden voorzien.

Zie ook[bewerken]

Lijst van internaten in Nederland

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties