Simeon (Nieuwe Testament)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Simeon

Simeon was volgens het Lucasevangelie een rechtvaardig en vroom man. Hij zegende Jezus en zijn ouders. Het verhaal over Simeon is terug te vinden in Lukas 2:25-35.

Simeon woonde in Jeruzalem, en was rechtvaardig en vroom. Hij zag uit naar de tijd dat God Israël vertroosting zou schenken. De Heilige Geest rustte op hem. Die Heilige Geest had hem geopenbaard, dat hij niet zou sterven voordat hij de messias zou zien. Op het moment dat Jezus en zijn ouders in de tempel in Jeruzalem waren, werd Simeon door de Heilige Geest geleid om ook naar de tempel te gaan. Simeon nam het kind Jezus in zijn armen, en begon God te loven.

'Nu laat u, Heer, uw dienaar
in vrede heengaan,
zoals u hebt beloofd.
Want met eigen ogen heb ik de
redding gezien
die u bewerkt hebt ten overstaan
van alle volken:
een licht dat geopenbaard wordt
aan de heidenen
en dat tot eer strekt van Israël
uw volk.
(Nieuwe Bijbelvertaling)

De ouders van Jezus waren erg verbaasd over deze woorden. Simeon zegende hen echter, en zei tegen Maria:

'Weet wel dat velen in Israël door hem (Jezus) ten val zullen komen of juist zullen opstaan. Hij zal een teken zijn dat betwist wordt, en zelf zult u als door een zwaard doorstoken worden. Zo zal de gezindheid van velen aan het licht komen.

De zinsnede 'en zelf zult u als door een zwaard doorstoken worden' duidt op het lijden en sterven van Jezus, wat Maria van dichtbij meemaakt.

Zie ook[bewerken]