Slag bij de Little Bighorn

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Slag bij de Little Bighorn
Custer's Last Stand
Custer's Last Stand
Datum 25-26 juni 1876
Locatie Bij de Little Bighorn, Big Horn County (Montana)
Resultaat Overwinning voor de indianen
Strijdende partijen
Lakota, Cheyenne en Arapaho US flag 37 stars.svg Verenigde Staten
Commandanten
Sitting Bull
Crazy Horse
US flag 37 stars.svg George A. Custer
Troepensterkte
± 900–2.500 ± 647
Verliezen
± 36-136 gedood
± 160 gewond
± 268 gedood
± 55 gewond

De Slag bij de Little Bighorn, ook wel Custer's Last Stand was een slag tussen Indianen en het Amerikaanse leger, die op 25 juni 1876 plaatsvond in een vallei van de rivier Little Bighorn, nabij Crow Agency in Montana.

De voornaamste aanleiding was dat twee indianenstammen, namelijk Sioux en Cheyenne, hun reservaten verlieten en zich verzamelden in Montana om onder leiding van Sioux opperhoofden Sitting Bull, Crazy Horse en Touch the Clouds verder te vechten tegen de "blanken".

Om de indianen terug te dwingen naar hun reservaten zette de US Army drie eenheden in, 1000 man onder generaal George Crook, en de Zevende Cavalerie onder leiding van "boy-general" George Armstrong Custer, een onderscheiden en veelbelovende jonge bevelvoerder uit de Amerikaanse Burgeroorlog.

Op 25 juni zag Custer het indianenkampement op ongeveer 15 mijl afstand liggen. Tevens zag hij een groep van ongeveer 40 krijgers. Om te verhinderen dat deze groep het kampement zou waarschuwen verdeelde Custer zijn groep in drieën en zette hij de aanval in, een bevel van hogerhand naast zich neerleggend.
Een aanvalsgroep moest de krijgers verhinderen het kampement te bereiken. Een tweede aanvalsgroep zou de groep krijgers aanvallen en daarna samenkomen met de derde aanvalsgroep om het kampement aan te vallen.

Custer was een trotse en flamboyante man, die zich graag in de schijnwerpers bevond.[bron?] Hij weigerde versterking van de aanwezige Gatling guns en de Tweede Cavalerie; het moest een overwinning worden voor de 7e alleen. De indianen hadden ongeveer drie keer zoveel krijgers als de aanvalsgroepen van Custer. Het geldt daarom als een tactische fout van Custer om zijn groep op te splitsen terwijl hij al in de minderheid was[1].

Doordat zijn opponenten een omtrekkende beweging maakten zag Custer dat hij omsingeld werd. Hij beval zijn soldaten om hun paarden neer te schieten om zo een bescherming te vormen tegen kogels van de oprukkende Indianen. Custer en de meeste van zijn mannen zijn hierna gedood.[2] Uit recent onderzoek (voornamelijk aan de hand van de vindplaats van de kogels en de locatie van de lijken) blijkt dat er meer sprake was van grote paniek en wegvluchten dan een heroïsche "last stand". [bron?]

Custer was een van de grotere aankomende generaals van de Amerikaanse Burgeroorlog, maar zijn beslissing om toch een krijgsmacht aan te vallen die drie keer groter was dan de zijne, wordt vandaag de dag nog steeds onderzocht.

Hoewel Sitting Bull persoonlijk niet aan het gevecht had deelgenomen, vluchtte hij na de slag met zijn stam naar Canada.[3]. Bij zijn terugkeer in de Verenigde Staten in 1881 verleende de regering hem amnestie. Hij werd in 1890 door de Indiaanse politie doodgeschoten.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties