Staatsgreep in Mali (2012)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Staatsgreep in Mali
Onderdeel van de Malinese Burgeroorlog 2012-2013
Het geclaimde terrein (roze omlijnd) van de rebellen op 5 april 2012, aanleiding tot de staatsgreep twee weken eerder.
Het geclaimde terrein (roze omlijnd) van de rebellen op 5 april 2012, aanleiding tot de staatsgreep twee weken eerder.
Datum 21 maart 20128 april 2012
Locatie Vlag van Mali Mali
Resultaat Soldaten claimen het presidentiële paleis, staatsmedia en andere staatsgebouwen, president Touré moet onderduiken. Militairen beweren een succesvolle staatsgreep te hebben gepleegd. Er wordt een avondklok ingesteld.
Strijdende partijen
Vlag van Mali Regering van Mali Vlag van Mali Comité national pour le redressement de la démocratie et la restauration de l’État (CNRDR)
Commandanten
Vlag van Mali Amadou Toumani Touré
Vlag van Mali Sadio Gassama
Vlag van Mali Amadou Sanogo
Vlag van Mali Amadou Konare
Troepensterkte
Onbekend Onbekend
Verliezen
3 doden
28 gewonden
1 dode
2 gewonden

Op 21 maart 2012 pleegde het leger van het Afrikaanse land Mali een staatsgreep door in de hoofdstad Bamako verschillende locaties aan te vallen, waaronder het presidentiële paleis en de staatstelevisie. De soldaten, die zeiden dat ze het Comité National pour la Restauration de la Démocratie et la République (Nationaal Comité voor het Herstel van de Democratie en de Republiek) hadden gevormd, claimden de volgende dag dat ze de regering van Amadou Toumani Touré hadden afgezet omdat de president zou zijn ondergedoken.[1] Bij de staatsgreep zou een onduidelijk aantal doden en gewonden zijn gevallen.

Achtergrond[bewerken]

De staatsgreep vormde de climax na weken van protesten tegen de overheid van Mali. De soldaten waren ontevreden over de steun van de overheid, omdat deze te weinig wapens en middelen zou verstrekken om te kunnen vechten tegen de rebellen in het noorden.

Effect op noordelijke rebellie[bewerken]

De staatsgreep speelde rebellerende Toearegs in het noorden van Mali in de kaart. Zij konden door het ontstane machtsvacuüm hun opmars nog verder voortzetten.[2] Op 31 maart veroverden ze Gao, en op 1 april meldden ze de stad Timboektoe, de laatste stad in het noorden die nog niet in hun handen was, te hebben omsingeld. De stad werd later die dag nog ingenomen.[3] Op 30 juni werd door een journalist gemeld dat opstandelingen grote vernielingen aanrichtten aan het vroeg-islamitische erfgoed van de stad, zoals de beroemde schrijnen. Er zouden 13 schrijnen zijn vernietigd. De mausolea zijn gebouwd op graven van soefieheiligen, aanhangers van een mystieke stroming binnen de godsdienst. De beeldenstormers waren lid van een salafistische, aan Al-Qaida gelieerde beweging die de stad sinds april in handen heeft. Volgens hen getuigen de heiligdommen, die op de Unesco werelderfgoedlijst staan, van een vals soort islam.

Internationale reacties[bewerken]

De Wereldbank, de Afrikaanse Ontwikkelingsbank en de Europese Commissie schortten hun economische steun op.[4] Ook werd door de Afrikaanse Unie het lidmaatschap van Mali tijdelijk opgeschort.

Nadat het ultimatum, dat door de ECOWAS was ingesteld verliep, begonnen er sancties tegen Mali. Onder andere werden de tegoeden bij Centrale Bank van West-Afrikaanse Staten bevroren en landsgrenzen gesloten. Omdat Mali de meeste aardolie uit Ivoorkust importeert, krijgt het mogelijk een probleem met de stroom, omdat de meeste elektriciteit wordt gegenereerd door dieselmotoren.[5]

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties