Stauroliet

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Stauroliet
Staurolite-37001.jpg
Mineraal
Chemische formule (Fe2+,Mg)2Al9(Si,Al)4O20(O,OH)4
Kleur Bruingeel, bruinzwart, donkerbruin of roodbruin
Streepkleur Grijs
Hardheid 7 - 7,5
Gemiddelde dichtheid 3,71 kg/dm3
Glans Dof
Opaciteit Doorschijnend tot opaak
Splijting [010] Duidelijk
Kristaloptiek
Kristalstelsel Monoklien
Lijst van mineralen
Portaal  Portaalicoon   Aardwetenschappen

Het mineraal stauroliet is een bruin tot bruinzwart ijzer-magnesium-aluminium-nesosilicaat met de chemische formule (Fe2+,Mg)2Al9(Si,Al)4O20(O,OH)4. Het is een opvallend mineraal omdat het vaak te vinden is als twee in een kruisvorm met elkaar vergroeide kristallen, wat ook wel een tweeling genoemd wordt.

Eigenschappen[bewerken]

De hardheid van het mineraal is 7 à 7,5 op de schaal van Mohs en de streepkleur is grijswit. Het mineraal dat in kristallen of korrelige aggregaten voorkomt is doorschijnend tot niet-doorzichtig en heeft een glasachtige tot matte glans. Het soortelijk gewicht van stauroliet is 3,5-3,6 en het heeft een monokliene kristalstructuur.

Naamgeving[bewerken]

De naam van het mineraal stauroliet is afgeleid van de Griekse woorden stauros ("kruis") en lithos ("steen").

Voorkomen[bewerken]

Stauroliet komt voor in metamorfe gesteenten en in alluviale afzettingen en is vrij zeldzaam. Het wordt onder andere gevonden in Rusland (de Oeral), de Verenigde Staten (Georgia, New Hampshire, Tennessee), Duitsland, de Alpen en Frankrijk (Bretagne).

Stauroliet is niet zeldzaam in de zandfractie van Nederlandse Kwartaire riviersedimenten. In de zware-mineraalanalyse zoals dat in Nederland bij de Rijks Geologische Dienst gedurende de tweede helft van de twintigste eeuw plaats vond, wordt het mineraal ingedeeld bij de zogenoemde stabiele groep.[1]

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. (nl) Zonneveld, J.I.S., 1947. Het Kwartair van het Peelgebied en naaste omgeving. Een sedimentpetrologische studie. Mededelingen Geologische Stichting, Serie C-IV-3: 1-223.