Steve Ditko

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Steve Ditko
Steve Ditko HS Yearbook.jpeg
Algemene informatie
Volledige naam Stephen Ditko
Geboren 2 november 1927, Johnstown (Pennsylvania)
Land Verenigde Staten
Werk
Genre Strips
Bekende werken Spider-Man
The Question
Mister A
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

Stephen “Steve” Ditko (Johnstown (Pennsylvania), 2 november 1927) is een Amerikaans stripauteur. Hij is het meest bekend van zijn werk bij Marvel Comics, waar hij onder andere meehielp aan de creatie van Spider-Man. Hij is verder een aanhanger van Ayn Rands filosofie Objectivisme.

Biografie[bewerken]

Jonge jaren en carrière[bewerken]

Steve Ditko is de zoon van Slavische immigranten. Steve had nog een zus, Rita, en een jonger broer, Pat. Hij was erg goed in handenarbeid en maakte geregeld houten modellen van Duitse vliegtuigen om vliegtuigspotters tijdens de Tweede Wereldoorlog te helpen. Hij werd geïnspireerd door het werk van kranten striptekenaars, waaronder Will Eisner. In 1945 maakte Steve zijn middelbare school af.

Steve ging studeren aan de Cartoonists and Illustrators School (later de School of Visual Arts) in New York City. In 1953 begon hij als tekenaar voor stripboeken. Hij werkte onder andere voor Harvey Comics, maar het meeste werk in zijn beginjaren als tekenaar was voor Charlton Comics. Hij bleef naast zijn latere werk voor Marvel Comics ook voor Charlton Comics werken, totdat dit bedrijf in 1986 werd opgedoekt. Hij schreef voor dit bedrijf onder andere horror, sciencefiction en mysterie verhalen. Verder bedacht hij samen met Joe Gill in 1960 het personage Captain Atom.

Marvel Comics[bewerken]

Ditko tekende ook voor Atlas Comics, een van Marvel’s voorlopers, beginnend met de vier pagina’s tellende strip "There'll Be Some Changes Made" in Journey into Mystery #33 (April 1956). Dit debuut verhaal van Steve werd herdrukt in Marvel's Curse of the Weird #4 (Maart 1994). Ditko schreef een groot aantal verhalen, waarvan vele inmiddels als klassiek worden gezien. Hij schreef verhalen voor de series Strange Tales, Amazing Adventures, Strange Worlds, Tales of Suspense en Tales to Astonish.

Van 1958 tot 1966 of 1968 (bronnen hierover verschillen) deelde Ditko een Manhattan studio met de tekenaar Eric Stanton, een klasgenoot van hem op de tekenaarsschool.

Steve Ditko was een van de stripauteurs die meewerkte aan de creatie van Spider-Man, maar zijn precieze rol hierbij is niet bekend. Joe Simon schreef in zijn autobiografie dat hij en Jack Kirby het personage Spiderman hadden bedacht. Stan Lee vond het idee wel aardig, maar vond de Spiderman bedacht door de twee heren niets. Daarom gaf hij Steve Ditko de opdracht een nieuwe Spider-Man te ontwerpen.

Na het bedenken van Spider-Man hielp Steve mee aan de creatie van Dr. Strange in Strange Tales #110 (Juli 1963). Ditko tekende ook veel verhalen van de Hulk. Hij bedacht ook de Hulks grootste vijand, de Leader, in december 1964. Hij werkte korte tijd mee aan de Iron Man strips, en was de tekenaar die Iron Man zijn bekende rood/gouden harnas gaf. Ditko’s Dr. Strange verhalen werden vaak overschaduwd door zijn Spider-Manverhalen, maar waren net zo noemenswaardig vanwege hun surrealistische mystieke landschappen en visuele effecten.

Drew verliet Marvel uiteindelijk, volgens geruchten na een onenigheid met Stan Lee over de geheime identiteit van de Green Goblin. Ditko’s werk bij Marvel werd overgenomen door Larry Lieber, John Romita, Sr. en Marie Severin. Schrijver Roy Thomas verbaasde zich over het feit dat er drie mensen nodig waren om het werk te doen dat Steve Ditko in zijn eentje deed.[1]

Charlton en DC Comics[bewerken]

Steve bleef wel werken voor Charlton Comics. Hier werkte Steve in de jaren 60 al aan personages als Captain Atom (1960-61, 65-67), Blue Beetle (1967-68) en The Question (1967-68). Ditko produceerde ook veel werk voor Charltons sciencefiction- en horrorstrips.

In 1967 gaf Ditko zijn ideeën de vrije loop in de vorm van het personage Mr. A, gepubliceerd in de onafhankelijke strip witzend #3. De strip was controversieel en een vreemde ervaring voor veel fans. Tot het einde van de jaren zeventig bleef Steve werken aan Mr. A strips, en in 2000 publiceerde hij nog eenmaal een Mr.A verhaal.

In 1968 vertrok Charltonredacteur Dick Giordano naar DC Comics, en Steve + veel andere schrijvers en tekenaars ging met hem mee. Bij DC bedacht hij de Creeper (in samenwerking met Don Segall). Samen met schrijver Steve Skeates maakte hij de serie The Hawk and the Dove.

Ditko’s verblijf bij DC was maar kort. Hij werkte aan zes delen van de Creeper stripserie, maar kondigde halverwege het zesde deel zijn vertrek aan. Wederom waren de precieze redenen voor zijn vertrek niet bekend.

Latere carrière[bewerken]

Ditko keerde terug bij DC in 1975, en bedacht daar de kort lopende serie Shade, the Changing Man (1977-78). Shade werd later zonder Ditko’s betrokkenheid nieuw leven ingeblazen. Hij herstartte ook de Creeper serie en deed verschillende opdrachten voor DC’s horror- en sciencefictionverhalen.

Ditko keerde terug naar Marvel in 1979, en nam daar Jack Kirby’s Machine Man over. Hij werkte daarna nog een tijdje als freelance medewerker voor beide bedrijven, tot aan zijn pensioen 1998. In zijn laatste jaren als striptekenaar gaf hij zijn eigen unieke draai aan reeds bestaande personages zoals Namor the Sub-Mariner (in Marvel Comics Presents) en de Mighty Morphin Power Rangers. Het laatste belangrijke personage dat hij bedacht voor Marvel was Speedball.

In 1993 schreef maakte hij de strip The Safest Place in the World voor Dark Horse Comics, en maakte een aantal ruilkaarten voor de Defiant Comics-serie Dark Dominion.

Ditko verblijft momenteel in New York City. Hij weigert om interviews te houden en publieke bijeenkomsten te bezoeken, en laat zijn werk voor zichzelf spreken.

Prijzen[bewerken]

Ditko was een finalist voor een opname in de Jack Kirby Hall of Fame in 1989, en won deze plaats in 1990.

Referenties[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties