Urineleider

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Urineleider
Ureter
Urinestelsel
Urinestelsel
Lengte doorsnede van de nier (Ureter is rechtsonderaan zichtbaar.)
Lengte doorsnede van de nier (Ureter is rechtsonderaan zichtbaar.)
Synoniemen
Oudgrieks Οὐρητήρ[1]
Nederlands Pisleider[2][3]
Naslagwerken
Gray's Anatomy 254,1225
MeSH A05.810.776
Dorlands/Elsevier u_03/12838140
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De urineleider[4] of ureter[5] (mv: ureters) is de buis die loopt tussen het nierbekken en de urineblaas. De urineleider begint bij het nierbekken, loopt retroperitoneaal en kruist de bekkenkam (tevens een van de plekken waar nierstenen ontstaan). De urineleider loopt vervolgens postero-inferieur langs de zijkant van het bekken en komt bij de vesico-ureterale overgang de urineblaas binnen. Bij vrouwen loopt de urineleider door het mesometrium en onder de uteriene slagaders door richting de urineblaas.

De lengte van de urineleider is bij volwassenen personen ca. 25-35 cm, de doorsnede 3 tot 4 mm.

De urineleider wordt behalve bij mensen ook aangetroffen bij alle andere amniota. Bij vissen en amfibieën zijn er andere buizen met dezelfde functie.

Histologie[bewerken]

De urineleider is stervormig en net als de blaas overdekt met een laag van overgangsepitheel (ofwel urothelium). De epitheelcellen zijn verdeeld over veel afzonderlijke lagen en normaal gesproken rond van vorm, hoewel ze ook kunnen worden uitgerekt en dan schilferig (plat) worden. De lamina propria is dik en elastisch en daardoor ondoordringbaar.

De buitenste laag (adventitia) van de urineleider bestaat net als elders uit vezelachtig bindweefsel.

Afwijkingen[bewerken]

Aan de urineleider kan urineleiderkanker optreden.

Literatuurverwijzingen[bewerken]

  1. Liddell, H.G. & Scott, R. (1940). A Greek-English Lexicon. revised and augmented throughout by Sir Henry Stuart Jones. with the assistance of. Roderick McKenzie. Oxford: Clarendon Press.
  2. Schreger, C.H.Th.(1805). Synonymia anatomica. Synonymik der anatomischen Nomenclatur. Fürth: im Bureau für Literatur.
  3. Pinkhof, H. (1923). Vertalend en verklarend woordenboek van uitheemsche geneeskundige termen. Haarlem: De Erven F. Bohn.
  4. Everdingen, J.J.E. van, Eerenbeemt, A.M.M. van den (2012). Pinkhof Geneeskundig woordenboek (12de druk). Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.
  5. Federative Committee on Anatomical Terminology (FCAT) (1998). Terminologia Anatomica. Stuttgart: Thieme