Urinebuis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Urinebuis
Urethra
Binnenzijde van de urinebuis.
Binnenzijde van de urinebuis.
Synoniemen
Latijn Canalis urinarius[1][2][3][4]

Meatus urinarius[5][2][3][4]
Ductus urinarius[3][4]
Fistula urinaria[1][2][3][4]
Iter urinarium[2][3][4]
Coles[2]
Vesicae cervix[2]

Oudgrieks Οὐρήθρα[2][6]

Πόρος οὐρητικός[2][6]
Ἀγγεῖον οὐρητικόν[6]

Nederlands Plasbuis[7]

Pisbuis[8][7]
Pisgang[2]
Pisweg[5]

Portaal  Portaalicoon   Biologie

De urinebuis[7] of urethra[9][10] is een lange cilindrische holte die de urineblaas verbindt met de buitenkant van het lichaam. In deze holte ligt een aderachtig vliesje dat het weefsel beschermt tegen de chemische invloeden van de urine.

De urinebuis dient zowel bij de man als de vrouw om urine uit het lichaam te verdrijven. Omdat bij de man ook het sperma er doorheen gaat bij de ejaculatie wordt deze bij de man de urogenitale buis genoemd.

Anatomie[bewerken]

Bij vrouwen is de urinebuis 2,5 tot 4 cm lang en de opening (het plasgaatje) bevindt zich in de vulva tussen de clitoris en de vaginale opening. De korte lengte van de urineleider bij vrouwen zorgt er voor dat zij vatbaarder zijn voor besmettingen van de urineblaas (cystitis) en de urinestreek. Zo komt een blaasontsteking bij vrouwen vaker voor dan bij mannen. Bij mannen is de urinebuis ongeveer 20 cm lang en loopt door de prostaat en gaat onder het onderste zwellichaam door en eindigt vervolgens aan de voorkant van de eikel van de penis.

Literatuurverwijzingen[bewerken]

  1. a b Castelli, B. & Bruno, J.P (1713). Lexicon medicum Graeco-Latinum. Leipzig: F. Thomas
  2. a b c d e f g h i Schreger, C.H.Th.(1805). Synonymia anatomica. Synonymik der anatomischen Nomenclatur. Fürth: im Bureau für Literatur.
  3. a b c d e Kraus, L.A. (1844). Kritisch-etymologisches medicinisches Lexikon (Dritte Auflage). Göttingen: Verlag der Deuerlich- und Dieterichschen Buchhandlung.
  4. a b c d e Siebenhaar, F.J. (1850). Terminologisches Wörterbuch der medicinischen Wissenschaften. (Zweite Auflage). Leipzig: Arnoldische Buchhandlung.
  5. a b Palfijn, J. (1703) Anatomie, of ontleedkundige beschryving. Gent: Erfgenamen van Maximiliaen Graet..
  6. a b c Liddell, H.G. & Scott, R. (1940). A Greek-English Lexicon. revised and augmented throughout by Sir Henry Stuart Jones. with the assistance of. Roderick McKenzie. Oxford: Clarendon Press.
  7. a b c Everdingen, J.J.E. van, Eerenbeemt, A.M.M. van den (2012). Pinkhof Geneeskundig woordenboek (12de druk). Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.
  8. Pinkhof, H. (1923). Vertalend en verklarend woordenboek van uitheemsche geneeskundige termen. Haarlem: De Erven F. Bohn.
  9. Lewis, C.T. & Short, C. (1879). A Latin dictionary founded on Andrews' edition of Freund's Latin dictionary. Oxford: Clarendon Press.
  10. Federative Committee on Anatomical Terminology (1998). Terminologia Anatomica. Stuttgart: Thieme