Varroamijt

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Varroamijt
Varroamijt
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Arthropoda (Geleedpotigen)
Klasse: Arachnida (Spinachtigen)
Onderklasse: Acari (Mijten en teken)
Orde: Parasitiformes
Onderorde: Mesostigmata
Familie: Varroidae
Geslacht: Varroa
Soort
Varroa destructor
Anderson & Trueman, 2000
Varroamijt
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De varroamijt (Varroa destructor) is een uitwendige parasiet die voorkomt op insecten, maar zich alleen voort kan planten op het broed van honingbijen.

De mijten behoren tot de spinachtigen. In het volwassen stadium bezitten ze 8 poten. Het volwassen wijfje is dwars-ovaal van vorm, roodbruin van kleur, 1,1 mm lang en 1,5 mm breed. De mijt is dus met het blote oog goed zichtbaar. De poten zitten verscholen onder het rugschild. Op de dunne huidgedeelten van de bij zuigen de mijten hemolymfe. Ze zitten tussen kop en borststuk en achterlijf en tussen de ringen van het achterlijf dichtbij de wasklieren.

Kort voor het sluiten van het broed, bij voorkeur het darrenbroed, dringt een varroawijfje een broedcel binnen en laat zich hierin meestal insluiten. Ze legt tegen de wand van de cel 2 à 6 eitjes. In de gesloten cel voeden de jonge mijten zich met hemolymfe van de pop. De ontwikkeling van ei tot mijt duurt 6 tot 10 dagen. De jonge wijfjes worden binnen de cel bevrucht. De mannetjes sterven na de paring.

De volwassen bevruchte wijfjes verlaten met de jonge werkbij of dar de cel. Ze stappen over op andere bijen. Na 4 tot 13 dagen beginnen deze mijten eitjes te leggen in de cellen van de bijna volgroeide larven. De wijfjes leven in de zomer 2 tot 3 maanden en in de winter 5 tot 8 maanden. Buiten het bijenvolk leeft de mijt niet langer dan 5 à 7 dagen.

Door het opzuigen van het hemolymfe worden de volwassen bijen verzwakt. Door de ontstane wonden kunnen ziektekiemen binnendringen. De levensduur kan daardoor tot de helft bekort worden. De jonge mijten voeden zich in de cel met het hemolymfe van de pop. Dit gaat ten koste van diens ontwikkeling. Uit de aangetaste broedcellen komen misvormde bijen, bijvoorbeeld met een verkort achterlijf, vleugelstompjes of afwijkingen aan de poten. Door de kortere levensduur en het geringe aantal levensvatbare jonge bijen, wordt het bijenvolk sterk verzwakt, zo sterk dat het ten gronde gaat, meestal binnen 3 jaar.

In het voorjaar is het aantal mijten het laagst. Tijdens de broedperiode zitten de meeste mijten in gesloten broed. Met de toename van het darrenbroed neemt ook het aantal mijten sterk toe. De voedsterbijen zijn dan sterker besmet dan de vliegbijen. In de nazomer en herfst is het aantal mijten het grootst. De meeste mijten zitten dan op de vliegbijen. In de winter sterft een deel van de mijten. Slechts een klein gedeelte van de mijten overleeft de winter. De aanwezigheid van broed in een bijenvolk is een voorwaarde voor de vermeerdering van de mijten. De ziekte wordt verspreid door vervliegen van darren en werksters, door roverij en door zwermen.

De belangrijkste manier van verspreiding gebeurt door de imker zelf: door verwisseling van besmette raten, af laten vliegen, handel en import van bijenvolken en koninginnen.

Varroabestrijding[bewerken]

Insecticiden die tegen de mijt kunnen worden ingezet tasten een bepaald lichaamsdeel of -proces van de mijt aan, zoals de ademhaling, het zenuwstelsel, de voortplanting of de stofwisseling. Dergelijke lichaamsdelen zijn echter vergelijkbaar met die van bijen waardoor het inzetten van insecticiden ook de bijen doodt.

De volgende methoden van varroabestrijding worden momenteel toegepast door de imkers: bestrijding met oxaalzuur, mierenzuur, thymol (deze stoffen komen ook in de natuur voor), de poedersuikerbehandeling, darrenraat wegsnijden.

En er is varroabestrijding door de bijen zelf. Honingbijen die niet in kasten wonen maar in het wild in boomholtes (en dus geen varroa bestrijding krijgen) gaan niet aan varroamijten ten onder. [1].

Sommige imkers hebben volken die jaren geen schade van de varroamijt lijken te ondervinden. Op dit moment wordt ervan uitgegaan dat bij deze volken waarschijnlijk alle overige omstandigheden optimaal zijn. De enige gedocumenteerde duurzame varroa-tolerantie bij Europese honingbijen was mogelijk door beiden bloot te stellen aan de druk van natuurlijke selectie. [2] Door deze natuurlijke selectiedruk vermindert de virulentie van de varroa-mijt.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. ( "Honey bees of the Arnot Forest: a population of feral colonies persisting with Varroa destructor in the northeastern United States." Thomas D. Seeley, Apidologie, Volume 38, Number 1, January-February 2007 http://www.apidologie.org/articles/apido/ref/2007/01/m6063/m6063.html, "Honey bee colonies that have survived Varroa destructor*" Yves Le Conte, Gérard de Vaublanc, ,DidierCrauser, François Jeanne, Jean-Claude Rousselle, Jean-Marc B´ ecard, http://www.apidologie.org/index.php?option=article&access=standard&Itemid=129&url=/articles/apido/pdf/2007/06/m6118.pdf. "Survival of mite infested (Varroa destructor) honey bee (Apis mellifera) colonies in a Nordic climate". Ingemar Fries, Anton Imdorf and Peter Rosenkranz http://www.apidologie.org/articles/apido/pdf/2006/05/m6039.pdf
  2. (zie "Characteristics of honey bee colonies (Apis mellifera) in Sweden surviving Varroa destructor infestation, Barbara Locke & Ingemar Fries, Apidologie (2011) 42:533-542")