Vetvogel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Vetvogel
IUCN-status: Niet bedreigd[1] (2012)
Twee vetvogels gefotografeerd in een grot in een natuurreservaat op Trinidad.
Twee vetvogels gefotografeerd in een grot in een natuurreservaat op Trinidad.
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Aves (Vogels)
Orde: Caprimulgiformes (Nachtzwaluwachtigen)
Familie: Steatornithidae
Geslacht: Steatornis
Soort
Steatornis caripensis
Humboldt, 1817
Monumento al guacharo.JPG
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Vogels

De vetvogel (Steatornis caripensis) is een vogel uit de orde der nachtzwaluwachtigen (Caprimulgiformes). Het is de enige soort van de monotypische familie Steatornithidae en het geslacht Steatornis.

Anatomie[bewerken]

De vetvogel is een 40 tot 49 centimeter grote roodbruine vogel met witte vlekken op keel, kop en vleugels. Hij weegt tussen de 350 en 375 gram. De veren van mannelijke en vrouwelijke exemplaren zijn gelijk.

Net als nachtzwaluwen heeft deze vogel een lange staart en lange vleugels, maar zeer korte poten. De vogels hebben een goed ontwikkelde reukzin en grote ogen.

Heel bijzonder aan deze vogel, die nestelt in donkere grotten, is dat hij gebruik maakt van echolocatie. Dit zintuig lijkt op dat van de vleermuizen. De vogel gebruikt klikkende geluiden met een hoge frequentie van 1500 tot 2500 Hertz.[2]

Levenswijze[bewerken]

De vetvogel is een vogel die 's nachts actief is en van vruchten leeft. Deze combinatie is uniek in de wereld. Overdag verbergt de vogel zich in grotten, soms kilometers diep, waar zij in groepen (kolonies) de dag doorbrengen.

's Nachts trekken de vogels erop uit en maken daarbij vluchten van soms wel 75 km van de rustplaats vandaan. Het voedsel waar ze dan op uit zijn bestaat uit vethoudende vruchten van bepaalde soorten palmen en laurier. Met zijn relatief grote en sterke snavel werkt hij deze vruchten in hun geheel naar binnen. Het voedsel wordt later, overdag in de rustplaats, verteerd.

Voortplanting[bewerken]

Vetvogels leven en broeden in kolonies van hoogstens 50 paren. Het nest bestaat uit een stapeltje van gedroogde modder, uitwerpselen en uitgebraakt fruit.

Foto van de "Cueva del Guacharo" uit 2006.

Verspreiding en leefgebied[bewerken]

Deze soort komt voor in Midden-Amerika, het Caraïbisch gebied en het noorden van Zuid-Amerika.

Ontdekking[bewerken]

Alexander von Humboldt ontdekte de vetvogels tijdens zijn Zuid-Amerikaanse expeditie naar Venezuela in de grot "Cueva del Guacharo" in het nationale park van de deelstaat Monagas, ongeveer 13 kilometer van de plaats Caripe. Vandaar het achtervoegsel caripensis in de wetenschappelijke naam.

Humboldt en zijn vriend, de jonge arts en botanicus Aimé Bonpland, onderzochten op 18 september 1799 het voorste gedeelte van 10.5 km lange kalksteengrot, de grootste in Zuid-Amerika. Hij schoot daar twee exemplaren van de vetvogel. Hij beschreef hoe de plaatselijke inwoners de jonge vogels verzamelden kort voordat ze vliegvlug werden. Door de vogels urenlang te koken, kon bakvet uit deze vogels worden gewonnen. Steatornis is letterlijk vetvogel, afgeleid van het Oudgriekse στέαρ (stéar =vet) en ὄρνῖς (ornis=vogel) (oilbird in het Engels).

Bronnen, noten en/of referenties