Voedselbank

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Voedselbank in de Verenigde Staten

Een voedselbank is een liefdadigheidsinstelling die kosteloos levensmiddelen verstrekt aan hen die financieel niet of nauwelijks in staat zijn om in hun levensonderhoud te voorzien en ter voorkoming van verspilling van voedsel. Aanbod van nog goed consumeerbaar voedsel (dat op het punt staat om vernietigd te worden) en vraag (gezinnen die het voedsel nodig hebben) worden op deze manier bij elkaar gebracht. Voedselbanken ontstonden in de jaren 70 in Amerika en werden via Frankrijk in 1984 geïntroduceerd in Europa.

Geschiedenis[bewerken]

Voedselbanken zijn ontstaan in de Verenigde Staten en vandaar vond het idee zijn weg via Canada naar Europa.

In België werd de eerste voedselbank opgericht in 1986. Tegenwoordig zijn er 9 voedselbanken in België, verenigd in de Belgische Federatie van Voedselbanken. Voor het ogenblik zijn er 218 voedselbanken in 17 Europese landen verenigd in de Europese Federatie van Voedselbanken.

In Nederland werd de eerste Voedselbank opgericht in 2002 door Sjaak en Clara Sies in Rotterdam. Het aantal Nederlanders dat op de voorziening een beroep doet steeg in 2005 aanzienlijk: het aantal voedselbanken steeg van 22 in september tot meer dan 40 in december. In 2006 werd geschat dat 8000 huishoudens gebruikmaken van voedselbanken. Van de mensen die een beroep doen op de voedselbank blijkt 83% financiële schulden te hebben.

Eind 2008 is de landelijke organisatie Vereniging Voedselbanken Nederland opgericht. Hierbij zijn de acht regionale voedselbanken in Nederland aangesloten. Iedere regionale voedselbank vaardigt één bestuurslid af in het landelijk bestuur dat verder bestaat uit een onafhankelijke voorzitter (9 bestuursleden dus).

Medio 2009 blijken ook de voedselbanken last te hebben van de economische crisis, bedrijven blijven langer op hun voedselvoorraden zitten en staan hun overtollige voorraden pas aan voedselbanken af vlak voor de uiterste houdbaarheidsdatum terwijl de groei van het aantal gezinnen dat geholpen wordt toe blijft nemen.

Uitgangspunten[bewerken]

De doelstellingen van voedselbanken zijn enerzijds verspilling van voedingswaren te voorkomen en anderzijds het direct helpen van mensen die onder een bepaald bestaansminimum leven, door het uitreiken van voedsel dat door derden beschikbaar is gesteld. Bij het bereiken van de algemene doelstellingen van de Nederlandse landelijke organisatie of van de Belgische federatie van voedselbanken gelden de volgende uitgangspunten:

  • Voedselbanken mogen geen commerciële activiteiten ontplooien, kopen zelf in principe geen voedsel in en vragen geen vergoeding aan personen voor wie de levensmiddelen bestemd zijn: alles wordt gratis gekregen en gratis uitgedeeld.
  • Initiatieven om de doelgroep van de voedselbanken ook op andere terreinen te ondersteunen zullen niet plaatsvinden onder de naam van de voedselbank.
  • Voedselbanken zijn vrijwilligersorganisaties die geen salarissen of daarop lijkende vergoedingen aan haar vrijwilligers betalen.
  • Door het bestaan van de voedselbanken wordt aan armoede en verspilling een gezicht gegeven.

Voedselbanken zijn allemaal zelfstandige autonome stichtingen of vzw's.

In Nederland zijn de acht regionale voedselbanken met de landelijke organisatie (Stichting Voedselbanken Nederland) en de lokale voedselbanken met hun regionale voedselbank. Sommige ontvangen subsidie, andere niet. Sommige ontvangen levensmiddelen die "op datum" zijn om uit te delen, maar vaak weigeren supermarkten toelevering van producten die "over de datum" zijn, uit vrees voor aansprakelijkheid wanneer mensen er ziek van zouden worden. Conform de Warenwet worden de producten dan weggegooid, waarbij wel opgemerkt moet worden dat er een richtlijn is van de Voedsel- en Warenautoriteit waarin is aangegeven welke groepen producten hoelang over de 'tenminste houdbaar tot' datum mogen worden uitgegeven door voedselbanken.[1]

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Charitatieve instellingen en vrijwilligersorganisaties, Infoblad VWA, nr. 76, 3 augustus 2006